Boom Chicago-oprichter Andrew Moskos en regisseur van The Good, the Bad and the Algorithm vertelt in de inleiding van de vijftigste show van het Amerikaans-Amsterdamse comedygezelschap dat we waarschijnlijk in de toekomst over de macht van de tech-bedrijven net zo denken als nu over de macht van de sigarettenfabrikanten: ‘Hoe hebben we het zo ver kunnen laten komen.’ (meer…)
Marjolijn van Kooten maakt zogeheten psychiatrisch cabaret. De angststoornis die sinds haar 23ste met haar meereist, vormt de rode draad van al haar verhalen. In eerdere programma’s waren de vele therapieën die ze volgde en haar soms wankele staat van zijn het uitgangspunt.
Ook in haar nieuwste voorstelling Aan mij zal het niet liggen, geregisseerd door Anne van Rijn, is deze thematiek ruimschoots aanwezig, maar daar worden twee belangrijke verhaallijnen aan toegevoegd. Haar vriendschap met de in 2024 overleden George Groot en de tia die ze in datzelfde jaar kreeg. Twee akelige gebeurtenissen, die haar leven de afgelopen twee jaar donkerder kleurden, maar die haar voorstelling een heel prettige gelaagdheid opleveren.
‘Ik ben een pillendoos’, zingt Van Kooten. Ze beschrijft hoe iedere pil die zij slikt een bijwerking heeft, waartegen ze dan vervolgens weer een andere pil slikt. Wanneer er geen pillen meer te verzinnen zijn is er altijd nog witte wijn, en die is er in evenveel smaken als dat er pillen zijn. Openhartige kijkjes in de therapiekeuken leiden tot herkennend geschater van mensen die links en rechts om me heen zitten. Van Kooten heeft alles geprobeerd: van relatietherapie tot mindfulness, waarbij je wel eerst je schoenen moet uittrekken om vervolgens te leren accepteren wie je nu eigenlijk bent.
Ze heeft geleerd om niet meer met al haar gedachten in discussie te gaan. ‘U denkt dat u naar mij zit te kijken, maar hier staat een hele groep in een vergadering die nooit toekomt aan de rondvraag.’ Ze probeert haar innerlijke criticus, die een naam heeft en een behoorlijke zeurstem, op gezonde afstand te houden en zichzelf te accepteren zoals ze is. En wij als publiek doen dat ook. Goed, ze is geen overrompelend podiumbeest, ze is een wat lijzige, houterige vertelster met een trage manier van praten. Maar ontspannen is ze ook en het verhaal waarin ze ons in haar eigen tempo meeneemt, is interessant genoeg om bij haar te blijven.

George Groot, haar dertig jaar oudere mentor en vriend, nam een prominente plaats in haar leven in. Hij is nu een fijne rode draad in deze voorstelling. In zijn buitenhuisje met tuin, het gekoesterde landgoedje dat hij naliet aan Van Kooten, kijkt zij op een bankje in de zon terug op hun tijd samen. Ze vertelt ze hoe ze hem hielp de tuin op orde te houden, hoe hij zorgzaam en met aandacht tegen varens praatte en hoe ze aan het einde van een tuindag samen een glas witte wijn leegdronken.
Ze leerde veel van hem: dat je je niet moet schamen voor paniekaanvallen, omdat iedereen wel iets mankeert, en dat je moet accepteren wie je bent. ‘Zo zijn wij nou eenmaal’, zei hij tegen haar wanneer zij zich weer eens uitsprak over haar onvermogen onbekommerd te genieten van al het goede in haar leven.
Niet alle liedjes zijn even overrompelend, maar het lied dat Groot haar naliet, opgeborgen bij de uitvaartpapieren, dat ze pas na zijn dood mocht inzien en gebruiken in deze voorstelling zodat hij toch een beetje bij haar zou zijn, is heerlijk. Ze zingt het met verve. Een ander lied, een opsomming van alle dingen die door haar handen gingen toen ze zijn huis moest opruimen, is een ontroerend hoogtepunt: ‘Dode dingen’ van Jos Brink in een nieuw jasje. Het lied heeft een prachtige tekst en is prachtig getoonzet, haar stem wordt ineens opgetild en voorzien van een sprankelende andere kleur.
Wat is je meerwaarde in het leven en moet er op je grafsteen? Van Kooten heeft de antwoorden niet. Maar ze gaat naar de tuin, praat er met de planten, vlecht een hekje en zaait Oost-Indische kers. Ze probeert te accepteren wie ze is, met al haar tekortkomingen, en heeft daar een mooie, eerlijke voorstelling over gemaakt.














