Theater heeft altijd een probleem gehad met consent en seks, stelt de montere intimiteitscoördinator (Liv O’Donoghue) die de voorstelling Good Sex inleidt. Aan haar de taak om die intimiteit in goede banen te leiden: ‘from real to realistic’. Het Ierse theatergezelschap Dead Centre brengt een intelligente, verwarrende, opwindende en bijzonder geestige voorstelling naar het Groningse Noorderzon: Good Sex (meer…)
De schotse Claire Cunningham is één van de meest toonaangevende danskunstenaars met een beperking. In 4 LEGS GOOD ontvouwt ze haar bewegingsstijl Quanimacy aan de hand van haar grote voorbeelden. Daarmee is haar lecture-performance niet alleen een bijzonder persoonlijk document over identiteit, maar krijgen we ook een historische perspectief op cripping en queer-zijn.
Queer, dwars-zijn, is al snel een overlevingsmechanisme wanneer je geboren bent met een beperking. Jouw leven is immers anders ingericht dan dat van de meeste mensen. Wachten lijkt de rode draad; op de lift, op het groene licht om over te steken. ‘Met een beperking kun je nu eenmaal niet snel tussen de auto’s door rennen’, aldus Claire Cunningham. Haar lecture-performance – en ook het daaraan gekoppelde trainingsprogramma – is onderdeel van het What You See Festival en werd mede mogelijk gemaakt door Theater Utrecht.
‘I walk on stage, I arrive. We arrive….. I click. We click. This is our soundtrack.’ Cunninghams opkomst maakt al snel duidelijk dat ze is vergroeid met haar vintage krukken, het zijn haar vaste levensgezellen. 4 LEGS GOOD is feitelijk een inkijkje in de relatie tussen ‘hen’. Allereerst ontdekken we hoe Cunningham op de krukken uitrust. Onder haar billen vormen ze een comfortabel bankje, waarop ze al vertellende leunt. Kort bovenlichaam, lange ledematen, queer…., net zo gedetailleerd als ze zichzelf beschrijft is ze ook over haar krukken; manchet, middenschacht, benedenschacht, de snel slijtende rubberen stophuls….. Ze demonteert de verschillende onderdelen en laat ze in het publiek rouleren.
Cunningham beschouwt zichzelf niet als tweebenig, maar als vierbenig. Cripping en queering gaan gelijk op in haar leven; allebei bevragen ze de norm – ook binnen de heersende danstechniek. In kleine stappen legt ze het ons uit, want aan gangbare danstechnieken heeft iemand met krukken weinig tot niets. Het gewicht van het lichaam verplaatst zich immers heel anders. Hoe ze die eigen bewegingstechniek ontdekt legt ze uit aan de hand van haar verleden, waarin vier personen haar kunstenaarschap beïnvloedden.
De vorig jaar overleden Amerikaanse gravity-kunstenaar Jess Curtis brengt haar bij hoe ze haar gewicht kan geven en controleren. Ze laat het ons zien naar aanleiding van subtiele evenwichtsoefeningen. Van de speeratlete Fatima Whitbread leert ze dat ze zich niet hoeft te schamen voor haar gespierde bovenlichaam, dat niet voldoet aan de vrouwelijke norm. Gedetailleerd legt Cunningham vervolgens uit hoe haar warm-ups eruitzien; wat bijvoorbeeld een push-up is met krukken. Tevens licht ze toe hoe die warm-ups ook een manier zijn om haar lichaam te verkennen; in relatie tot de ruimte, in relatie tot dynamiek en het opbouwen van stamina. Nauwgezet neemt ze haar publiek mee in het fysieke onderzoek.
In een volgend hoofdstuk van het persoonlijke dagboek, dat ook letterlijk op de vloer aanwezig is, ontmoet ze de New Yorkse hiphopper en crutch-master Bill Shannon. Shannon, ik herinner mij nog zijn virtuoze performance Old Rain – Regarding the Fall op het Holland Festival van 2001. Weergaloos! Het is precies ook de periode waarin Cunningham, toen vooral actief als zangeres, hem ontmoet in Edinburgh. Ze volgt een training bij hem en leert hoe ze haar krukken kan integreren in haar bewegingstaal, zowel in esthetische als in functionele zin.
Ze ontdekt de sculpturale waarde van haar taal in het werken met levels evenals de circulaire logica die de grondslag vormt van het bewegen met krukken. Het zijn kleine cilinders en dus zijn de bewegingen die eruit voortkomen automatisch cirkelend. Ook ontdekt Cunningham haar signatuurloopje, dat per definitie contra-lateraal is. Shannon zelf weet dat specifieke loopje een flinke flow mee te geven vanuit zijn vaardigheid als skater. Als ze hem vraagt hoe ze sneller kan bewegen, confronteert hij haar met haar tweevoeters-norm. ‘Versnellen kun je alleen als je leert te vertragen. Zo traag als de Japanse butoh, gecontroleerd en gecoördineerd’, luidt zijn antwoord.
Avant-garde kunstenaar Curtis, met wie ze ook het succesvolle duet The Way You Look (at me) Tonight (2018) ontwikkelde, brengt Cunningham uiteindelijk ook in aanraking met de contactimprovisatie, een bewegingstechniek waarin partnering centraal staat. Het blijkt een levensveranderende ervaring. De krukken zijn niet langer een hulpmiddel om te bewegen, maar worden danspartners. Het gewicht van de krukken en het lichaam zijn voortdurend met elkaar in dialoog. Vanaf dat moment is Cunningham vergoed getransformeerd tot ‘hen’.
In de samenwerking met activist en wetenschapper Julia Watts Belser, met wie ze diverse podcasts opnam, ontdekt ze dat ook het verlies van lichamelijke vitaliteit en relaties onderdeel is van het leven en doopt ze haar ervaringen om in een leer waarin de begrippen queering en animatie (levendigheid) samenvloeien; Quanimacy. En zo ontpopt de zogenaamde beperking zich tot een kracht en worden de unieke danspartners artistieke compagnons in het openbreken van vastgeroeste waarden. Cunninghams persoonlijke verslag is oprecht, genuanceerd en toont veel respect voor haar meesters. In 4 LEGS GOOD archiveert ze niet alleen de bijzondere ontmoetingen in haar leven, maar ook een beweging.
Foto’s: Pierre Gondard














