In de theatersector verkeren velen in een bijzonder zwakke arbeidsmarktpositie en de mate van uitholling is groot. Theaterkrant voert een serie gesprekken over de (artistieke) gevolgen van ‘unfaire’ praktijken. Daarbij kijken we vooruit naar wat een gezonder werkklimaat allemaal zou kunnen opleveren. Deze week scenograaf Wikke van Houwelingen van Marloes en Wikke.

Wat zou je als eerste regelen als je inkomen erop vooruit ging?
Ik zou echt anders werken, want eigenlijk zijn we als scenografen telkens bezig een andere wereld te ontdekken, gemaakt uit andere materialen. De ene keer bouwen we alles van golfplaat, de andere keer zijn we bezig met glas. Ik zou echt graag meer tijd hebben om zo’n nieuw materiaal helemaal uit te diepen. Hoe werkt dat glas nou, hoe wordt het gemaakt en wat kun je ermee, net als een beeldend kunstenaar doet. Daar ontbreekt nu de tijd voor, want zulke onderzoeksuren worden door niemand betaald.

Niet dat ik het werk nu afraffel, maar die verdieping mis ik wel. Het zou ons werk beter maken. En we zouden daarmee ook minder opdrachten aannemen. Nu gaan we sneller van het ene project door naar het andere, want anders komt er misschien niet genoeg geld binnen.

De ideale Fair Practice-tarieven liggen in de praktijk behoorlijk ver af van wat veel creatieve freelancers betaald krijgen. Bij elke opdracht moeten we weer in gesprek over het hoe en waarom van een honorarium. En in gesprek met zakelijk leiders komen we vervolgens in een absurde situatie terecht: er ontstaat een dialoog die eigenlijk geen dialoog is. Wij leggen dat allemaal netjes uit, en het gezelschap zegt: ‘We snappen het, echt, en het klopt ook. Alle begrip. Maar we hebben maar voor de helft van wat jij vraagt begroot. Meer geld is er gewoonweg niet.’

Waar ligt het aan dat je die verdieping nu niet kunt inplannen?
Ik denk toch dat het te maken heeft met de planning en de prioriteiten bij de opdrachtgevers. Kijk, sinds de grote bezuinigingen is er natuurlijk sowieso niet genoeg geld meer, maar de eerste vraag zou wat mij betreft moeten zijn hoeveel producties je realistisch gezien met je geld kunt maken. Ik ben er helemaal niet voor om minder te produceren, maar als de financiële voorwaarden zo streng zijn dan moet dat misschien maar.

Bovendien: de onderhandelingen vinden een op een plaats, dus de ene freelancer weet niet hoe het bij een ander gaat, en vervolgens is het enige tastbare dat wordt vastgelegd dat compromisbedrag waar je op uitkomt. De angst dat je een opdracht kwijtraakt is heel heftig. En tegelijk weet je dat je de markt verziekt als je akkoord gaat.

Waar het op neerkomt is dat het systeem niet deugt. Dat de gesprekken over de tarieven niet openbaar genoeg zijn en dat de grote groep creatieve freelancers niet genoeg gezamenlijk optrekt. Dat kan ook bijna niet want iedereen rent van opdracht naar opdracht om te kunnen rondkomen, er is geen tijd, geen ruimte om te denken.

Zet je zelf stappen om er iets aan te doen?
Wij werken nu samen met een agent, Fleur Feij, die voor ons onderhandelt. Wij betalen haar Fair Practice, en zij zorgt ervoor dat wij ook beter betaald worden. Zij werkt voor meer freelancers dus ze heeft meer kennis en overzicht, wat haar een betere onderhandelaar maakt, en ze is goed in staat om mensen met elkaar in contact te brengen. Haar rol zou ik willen uitbouwen, meer mensen zouden met haar moeten werken.

Ik ben er voorstander van om als groep gezamenlijke strategieën bedenken, onze tarieven helder te maken en een betere onderhandelingspositie te bemachtigen. Zo heb ik er ook weleens over nagedacht om een vakbond op te richten, zoals ACT er is voor de acteurs. Want prijsafspraken maken mag niet, maar het is ook weer niet zo dat je niet over tarieven in gesprek mag met elkaar. Als we het gesprek over honoraria gezamenlijk zouden voeren zou er al zoveel gewonnen zijn. We moeten ons beter organiseren, zodat we het systeem kunnen aanpakken.

Foto: Wikke en Marloes