WijkSafari AZC (deel 2): ‘Een bek vol benzine op zoek naar een vlam’


29 mei 2018

Tijdens lange wandelingen door Utrecht Overvecht kom ik op muren allerlei teksten in hard roze tegen. WijkSafari graffiti. Zoals deze: ‘Gisteren zag ik hem gaan. Vandaag sprak ik hem toch aan’. Was getekend: Adib. Die ondertekenaar uit Damascus en enkele van zijn lotgenoten en zielsvrienden, heb ik vanmiddag ontmoet. Tweede deel van de hersenknersende en keelsnoerende confrontatie die WijkSafari AZC heet.

Eerst die verdomde scooters overleven! Je kunt er niet omheen. Het hoort er allemaal bij. Net als die rare mime-act die hier ‘WijkSafari-groet’ heet en waar ik ook al niks van moet hebben. Ik sta doodsangsten uit bij gemotoriseerd verkeer. En van het mimen van een begroeting krijg ik rode vlekken in mijn nek – stijldansen vond ik vroeger ook al niks. Die scooters vallen uiteindelijk reuze mee. En dat nummertje Marcel Marceau negeer ik gewoon.

In de parkeergarage waar de scooters ons (letterlijk) naar bed brengen (dit ga ik niet uitleggen), neemt Adelheid Roosen het woord. Op film. Als de vrouw who came in from the cold spreekt ze ons toe in een ‘gedicht zonder beleid’ – lekkere titel trouwens. Ik drink de gefilmde woorden gretig in. Heel laf citeer ik hier het begin en het eind. Daartussen zit in poëzie vervat waarom en voor wie Roosen&Co dit allemaal doen. De tekst begint dus met de graffiti van Adib.

gister zag ik hem gaan / vandaag sprak ik hem toch aan / een bek vol benzine / op zoek naar een vlam, / zei die / ben ik.

 en zo liep ie / en zo sliep ie ook. / slapen, sliep, geslopen / werd ie wakker.

 zijn ogen renden / waar naar? / of waarvan weg of hoe? /

wist ie niet / hij wist niet alles, zei die / wat ik vroeg  (…)

nu weet ik, zegt ie / wat ik hier bracht. ik heb je / herinnering teruggedacht. / ‘k ben blij ineens. hij valt in slaap.

ik huil best lang, daar op die stoep. / want wie verzon ’t en van / wie nam ik ’t aan: / niet hechten als bestaan. / hoe kan dat nou?

ik noem je vrijheid, zeg ik zacht. / hij lacht en zegt, / als kind liep ik al van her naar der / ook zonder oorlog / was ik gaan lopen / misschien alleen niet zo ver  

Een van de merkwaardige wonderen van de WijkSafari is dat er altijd wel ergens een ‘godshuis’ op de route ligt. En daar gebeurt het steeds dat de verstokte atheïst die in mij woont en die superieur over mij waakt, altijd wel een keertje breekt, of smelt, of ‘help’ roept. We wandelen naar de Sint-Rafaëlkerk aan de Lichtenbergdreef, waar Kokob en haar Eritrese christelijke geestverwanten een huis voor hun geloof hebben gevonden. Net als talloze andere volkeren, religies en religieuze minder- of meerderheden in deze wijk. Allemaal onder één dak.

Het gebouw van Pastoor Smits is van die typische Roomse kerkarchitectuur die in de jaren zestig gebruikelijk werd, of hoe zeg je dat statig en heilig: in zwang raakte. Je ziet een vermoeden (of een verlangen) naar wijdsheid, een soort klassiek Griekse Agora, een plek van samenkomen, een overdekt plein voor reflectie. Terwijl ook overal de pressie voelbaar is waarmee de Roomsen hun gelovige individuen al eeuwen lang nietig maken en hen hun plaats wijzen. Het onthutst én irriteert me aan al die modernistische godshuizen waar nog de muffe stank hangt van de beatmissen uit de jaren zestig. Dit ga ik ook niet uitleggen. Hier spreekt een afvallige. Zoveel moge duidelijk zijn. En verder is het hier goddelijk. Zoals het hoort.

De pastoor bespeelt het orgel – een exemplaar uit 1856, door Jezuïeten in Culemborg gebouwd, sindsdien al heel vaak verhuisd, dat zie je er aan af, een doorleefd orgel is het. En het klinkt geweldig. Het ruikt hier naar wierook. Wij branden kaarsjes voor elkaar. Niet toevallig is dat het enige katholieke ritueel dat ik voor mezelf in stand heb gehouden in ieder godshuis ter wereld dat ik bezoek. Hier nemen we stilletjes afscheid van Kokob en Sarah, en worden we overgedragen aan Nazmiye Oral, ‘Naz’ voor mensen die haar beter kennen – Turks speler en schrijver, geadopteerd door ‘haar’ vijf jongens uit het AZC aan de Einsteindreef. Ghedam komt uit Eritrea, Adib en Adel uit Syrië, Kayhan uit Iran en Jason is een ‘wijze uit het zeer Verre Oosten’ met een overcompleet leven achter zich in een metropool aldaar.

Peter Zwaan, locatiemanager in het AZC hier (dat overigens in november van dit jaar sluit) noemt de asielzoeker en de vluchteling bij voorkeur niet ‘asielzoeker’ en ‘vluchteling’ maar: mens. Dat is geen overbodig cliché. Zwaan: ‘Het zijn overlevers die tijd nodig hebben om te aarden in een vreemde omgeving.’ Nazmiye Oral en haar vijf jongens doen deze middag het moeilijkste en het mooiste van wat je in zo’n WijkSafari AZC kunt doen: laten zien en horen hoe dat aarden in zijn werk gaat. Ze zijn daarin op weg geholpen door Marijn Graven (1984), in 2017 afgestudeerd als regisseur in Amsterdam, sindsdien onder meer werkzaam in Theater Frascati. Zij heeft ‘mijn’ hele route (ook Kokob en Sarah) onder haar hoede gehad. Dit even terzijde. Het zijn per slot ‘getheatraliseerde visites’ (Roosen) die we hier te zien krijgen. En daar mag enige ordening niet in ontbreken.

Op een grasveldje voor een flat waar we even niet in kunnen omdat de lift kapot is, begint het doorlopend gesprek over het ‘aarden’ luchtig, vrolijk en ook een tikkeltje gespannen. Omdat het gaat over mannen uit den vreemde en meisjes van hier – zoals bekend een populair thema bij niet alleen de PVV (zie hun recente ISLAM-filmpje) en groot denker & minnaar Thierry Baudet, maar ook bij bewoners van Overvecht die in 2017 fel demonstreerden tegen de komst van het AZC aan onder meer de Einsteindreef. Een ladenkast van vooroordelen wordt hier opengetrokken. Hoe snel is een afspraakje voor iemand uit het nabije oosten een date? Mag een vluchtige zoen geduid worden als springplank naar meer? Daar blijkt een wereld te winnen. Om over the love that dare not speak its name nog maar te zwijgen. Wat hier ook gebeurt.

Maar, er zijn diepere gronden onder de stille wateren. Intensief met elkaar in een doorlopend gesprek, wandelen we naar ‘de Vreedzame School’, waar we op het schoolplein omver worden gereden door een vanaf het dak radiografisch bestuurde vrachtauto. (Een volstrekt zinloze mededeling, maar het gebeurt!) In het klaslokaal breekt Nazmiye Oral het gesprek tussen haar jongens open. Over het glimlachend zwijgen. Welke werelden schuilen er bijvoorbeeld achter de eindeloze glimlach van Adib? Wij westerlingen zijn op het irritante af nieuwsgierig naar zielenroerselen. Maar wat als zielen uit pakweg Damascus zijn bedolven onder kapotte straten en gedrenkt in de stank en walm van barrel bombs? Ja, maar, maar … ze hebben daar niet alleen trauma’s en nachtmerries, maar ook liefdes achtergelaten, en doden, en verminkte vrienden, en familie. En clandestiene disco’s waar ze graag kwamen. Straatvoetbal tussen bominslagen door.

Overvecht is echt niet moeders mooiste onder de Nederlandse wijken, maar als je uit Damascus komt, of Homs, of Palmyra, of als je door de hel van Libië hebt gereisd, dan is vergeleken met daar hier alles zo groen en vooral zo heel, zo niet kapot. Maar … maar … verdrongen trauma’s gaan echt niet alleen over mortiervuur of schuilkelders. Verdrongen werelden gaan ook over een vurig gemiste vader die ‘gewoon’ in een ziekenhuisbed stierf, waaraan je niet meer denken wilt, omdat je het niet kunt, omdat je anders gek wordt. Verdrongen verhalen gaan ook over kruisverhoren in een politiecel. Of over hoe de stad waar je zielsveel van hield aan het eind van de middag kon ruiken, geuren.

Als Nazmiye eventjes schudt aan de Boom van Kennis van Goed & Kwaad & van Herinneringen, dan ligt de vloer van dat klaslokaal – met dank aan haar jongens, die niet om verhalen verlegen zitten – binnen de kortste keren vol met ruzies, misverstanden, zoete herinneringen, lang gekoesterde beelden, verkeerd begrepen trauma’s en nooit opgeborgen spoken. Wij zitten er letterlijk met open bek bij. We bijten ondertussen in een aangereikte, al dan niet glutenvrije, bol met boter en hagelslag en drinken uit ons koude doosje limonade met een rietje. We luisteren naar een epos zonder hexameters of blanke verzen. Naar grote verhalen van alledaagse waanzin. Allemaal uitingen van de hoge kunst van het overleven.

Hier bereikt de WijkSafari AZC het ijle en breekbare niveau waar geen goed geschreven toneeltekst van David Mamet of Tony Kushner of Eric de Vroedt tegen op kan. Ik was kapot na afloop. Letterlijk gesloopt. Zoals het hoort. O ja. De finale op het AZC-plein zit goed in elkaar. Meral Polat, haar musici en de scooter boys gaan op de tonen van een sterk lied letterlijk ritmisch en heerlijk showy uit het lood hangen. De Einsteindreef even omgetoverd in LaLaLand. Geheel in de stijl en met de kracht die de hele middag kenmerkt. Met … daar is ie weer … simpele elegantie.

 HET KAN WEL! 


WijkSafari AZC Utrecht van Adelheid&Zina, Stadsschouwburg Utrecht, Theater Utrecht, New Dutch Connections en diverse partners in de stad, gezien 25 mei 2018. Kijk hier voor het eerste deel van het verslag.

Foto: Jenneke Boeijink

Reageer

Uw E-mail adres zal niet gepubliceerd worden.