Op 15 juli is op 88-jarige leeftijd Rense Royaards overleden. Royaards (1938, Schoorl) was een invloedrijk acteur, regisseur, auteur en docent. Als medeoprichter en kernlid van Het Werkteater (1970–1984) drukte hij een belangrijke stempel op de vernieuwing van het Nederlandse theaterlandschap. Hij gold lang als het artistieke en morele anker van de groep.

Rense Royaards werd geboren in een theaterfamilie; zo was hij de kleinzoon van befaamd toneelspeler en regisseur Willem Cornelis Royaards (1867–1929), en broer van acteur Jochem Royaards. In 1959 begon hij als figurant bij De Nederlandse Comedie. Na een jaar aan de Amsterdamse toneelschool, studeerde hij uiteindelijk in 1964 af aan de Studio Herman Teirlinck in Antwerpen.

Tussen 1964 en 1970 speelde Royaards bij de Nieuwe Komedie van Erik Vos, regisseerde hij bij het studententoneel en volgde een opleiding televisieregie aan Studio Santbergen. Ook regisseerde hij dramaproducties voor de Avro.

In 1970 besloot Royaards samen met een collectief van gelijkgestemde theatermakers radicaal te breken met de traditionele, hiërarchische toneelstructuren; hij sloot zich aan als lid bij de Coöperatieve Vereniging van het Werkteater. De acteurs schreven hier hun eigen stukken op basis van interviews en eigen ervaringen.

Royaards werd prominent vertegenwoordiger van dit maatschappelijk geëngageerd improvisatietheater. Hij speelde legendarische rollen waarbij hij zijn  ‘onnadrukkelijke ego’ inzette, zoals in zijn vertolking van Wiebe in Een zwoele Zomeravond (1982) en meneer Chadowski, de zwerver, in Hallo Medemens! (1976), twee voorstellingen die Het Werkteater grote bekendheid zouden opleveren. Daarnaast speelde hij in geprezen boek- en theaterverfilmingen als Camping (1978) en de bekroonde film Opname (1979).

Met Teaterwerk sinds 1970; Een verslag door Rense Royaards in samenwerking met Jac Heijer (1980) presenteerde Royaards zich bovendien als de chroniqueur van de groep.

Na opheffing van de vaste kern van Het Werkteater in 1984 bleef Royaards productief binnen de cultuursector. Hij was als schrijver, regisseur en acteur betrokken bij uiteenlopende theaterproducties en was docent op de theaterscholen in Utrecht en Amsterdam. Hij werkte in Hamburg, Berlijn en Zürich en maakte reizen naar Midden- en Zuid-Amerika, waar hij workshops en improvisatie-trainingen gaf, theater op straat maakte en onderzoek deed. Over zijn reizen schreef hij in de Volkskrant, De Groene, NRC/Handelsblad, Revista Latina, Vrij Nederland en Hollands Maandblad.

Daarnaast schreef hij toneelstukken: Chien Bizarre (1991), over Venezolaans vrijheidsstrijder Francisco de Miranda, dat hij ensceneerde in Mérida, Venezuela, en later een Nederlandse versie in de Balie in Amsterdam. Hij schreef en regisseerde Prinses van Chichén Itzá, (1993) en in 1998 volgde Juana, over de Mexicaanse dichteres Sor Juana Inés de la Cruz.

Hij regisseerde voorstellingen van Karina Holla en Ingrid Kuijpers en en was in 1998 mede-oprichter van theatergroep Golden Palace. Bij deze groep speelde hij onder meer in Mannenschool, Feest!, Snowbirds en Remboe Village. Van tijd tot tijd werkte hij ook weer met oud-Werkteatercollega’s.

Foto: Ulli Weiss