Verdiepende theaterkritiek – dat wordt gemist door zowel makers als critici. De precaire omstandigheden van freelance critici, maar ook van platforms voor recensies – zoals de dagbladen en gespecialiseerde sites als Theaterkrant in Nederland en Pzazz of Etcetera in Vlaanderen – staan dat in de weg. Kan de overheid hier een rol bij spelen? Niet zolang daar geen visie op de rol van ‘reflectie’ is. Dat waren de conclusies van het Nederlands-Vlaams kritiekgesprek op vrijdag 4 september in de Brakke Grond tijdens NTF Pro.

Het gesprek, georganiseerd door Nederlandse en Vlaamse critici en onder leiding van Marijn Lems, bracht journalisten, theatermakers, publiek, beleidsmakers en andere mensen uit de theaterwereld met elkaar in gesprek over hoe we de Nederlandse en Vlaamse theaterkritiek sterker kunnen maken. De bijeenkomst bouwde voort op een bijeenkomst begin augustus tijdens het festival Theater aan Zee in Oostende.

Het gesprek werd aangezwengeld door vier sprekers – allen oud-critici – die ieder hun visie gaven op de kritiek. Als eerste pleitte Devika Chotoe (schrijver, performance artiest en curator) voor een meer zintuigelijke theaterkritiek. Ze haalde Susan Sontags Against Interpretation aan: een kunstwerk gaat niet alleen óver iets, het ís zelf iets – en die essentie mist ze vaak in de recensies die ze leest, die dikwijls juist focussen op de maatschappelijke boodschap die een voorstelling uitdraagt. Hiermee doe je de artistieke en vormelijke aspecten van het werk en van je ervaring als toeschouwer tekort, stelt ze. Daarbij draagt een kritiek die vooral zoekt naar de inhoud of de betekenis van een werk bij aan een cultuur waarin een kunstwerk ‘nuttig’ moet zijn om waarde te hebben.

Pieter Bots, senior beleidsadviseur bij de Raad voor Cultuur, stelde dat ‘reflectie’ (de functie waar kritiek in het beleid onder valt) verweesd is in het Nederlands cultuurbeleid. ‘Er is geen visie en er is geen beleid. Maar er gebeurt wel van alles.’ Kort schetste hij de geschiedenis van de subsidiëring van Theaterkrant en zijn voorgangers – subsidie die per 2025 vooralsnog gestopt is. Het Mondriaan Fonds en het Letterenfonds geven echter wel nog subsidies aan reflectie-activiteiten, bijvoorbeeld aan de literaire tijdschriften. Theaterkrant-hoofdredacteur Simon van den Berg vulde aan dat Theaterkrant nu gefinancierd wordt door advertenties, lidmaatschappen van instellingen, projectsubsidies en deelname aan Podiumkunst.net – en daarmee niet kostendekkend kan draaien.

Een Vlaams perspectief werd geboden door Wouter Hillaert – cultuurjournalist, theatercriticus en coördinator van Pzazz, het ‘Vlaamse broertje van Theaterkrant’. In Vlaanderen is reflectie namelijk wél onderdeel van het cultuurbeleid, als één van de vijf functies van culturele instellingen (naast productie, presentatie, ontwikkeling en participatie). Platforms als Etcetera, rekto:verso en Pzazz krijgen (een beetje) subsidie. Volgens Hillaert beweegt een platform als Pzazz zich tussen drie punten: publiek, maker en recensent. De kunst is om zoveel mogelijk in het midden van die driehoek te blijven – kritiek moet geen insiders-gesprek zijn tussen makers, critici en academici, maar ook niet alleen consumentenadvies. ‘Subsidiëring helpt, zo is gebleken voor Pzazz, om de kritiek mooi in het midden te houden. Hiermee is het mogelijk om in te zetten op communicatie en naamsbekendheid naar een breed publiek en dus minder afhankelijk te zijn van sponsoring door het veld. Zo kunnen we investeren in de ontwikkeling van kritiek op zich, door critici samen te brengen en talentontwikkeling van jonge recensenten te ondersteunen.’

Als laatste vertelde Herien Wensink, Chef Cultuur bij de Volkskrant, over de uitdagingen voor kunstkritiek voor de dagbladen. Zoals elke krant kijkt ook de Volkskrant naar het aantal lezers per artikel – of preciezer: naar het aantal leesminuten. Die zijn voor theaterrecensies niet hoog. De cijfers zouden echter niet leidend zijn bij het beleid van de krant. Het is de taak van een krant om een onafhankelijk oordeel te geven over nieuwe kunstwerken, vindt Wensink, en om het werk van kunstenaars te volgen, net als dat van politici, sporters en ondernemers. Ze ziet daarbij in dat het soms lastig is om als recensent een balans te vinden tussen analyse en oordeel in een stuk van slechts 300 woorden.

Kunstkritiek kan veel verschillende vormen aannemen, zoals een interview, essay of verdiepend stuk, maar de recensie blijft belangrijk. ‘Bij de geboorte van een nieuw kunstwerk wil je even laten weten hoe het is geworden, daar hoort het element van de recensie heel erg bij’, zei Wensink. De Vlaamse theaterrecensent Evelyne Coussens merkte op uit de zaal: ‘Ik beschouw de krantenrecensie als nucleus van de kunstjournalistiek. De krant is als een vierde macht met een kritische, beschouwende functie over alle domeinen van de samenleving, en dus ook kunst en cultuur.’

Op de vraag vanuit de zaal naar het doel van kunstkritiek, antwoordde Lems dat theaterkritiek volgens hem zou moeten fungeren als gespreksstarter. Uiteindelijk gaat het erom dat de toeschouwer aan het denken word gezet over de voorstelling en een recensie is een zoektocht naar gelaagdheid en het bieden van verschillende perspectieven. Een recensie kan  de lezer wegwijs maken in het werk. Op die manier gaat de recensie in dialoog met het kunstwerk en geïnteresseerden.

In het gezamenlijke gesprek na de inleidende statements kwam de precariteit van het beroep op verschillende manieren naar boven. Recensies schrijven wordt slecht betaald en een criticus kan het zich simpelweg niet veroorloven om kostbare tijd te stoppen in een verdiepend stuk. Bovendien, klinkt het in de zaal, schrijvers, dramaturgen en theaterwetenschappers focussen zich bij voorkeur op sociologische en filosofische aspecten van een werk, en minder op vergelijking tussen verschillende werken.
Enkele literaire tijdschriften in de zaal wierpen zich op als platform voor kunstkritiek.

Een nieuwtje uit de zaal was dat een grote groep kunsttijdschriften (op papier en online) aan het kijken is of er in Nederland animo is voor een vereniging, naar voorbeeld van het Vlaamse Folio. Dit initiatief, voortgekomen uit gesprekken tussen Theaterkrant, Hard//hoofd, Mister Motley en de Filmkrant, wil kijken waar deze tijdschriften samen kunnen optrekken (vooral op zakelijk gebied), en lobbyen voor een plek in het beleid voor kunstkritiek.