Tijdens de zomermaanden houden veel theaters de deuren gesloten, maar ondertussen wordt er niet stilgezeten. Van nieuwe trekkenwanden en verduurzamingen tot de jaarlijkse grote schoonmaak: veel theaters benutten de afwezigheid van artiesten en publiek volop. Ook in de laatste aflevering van deze korte zomerserie trekt Theaterkrant tussen hittegolven en hoosbuien door het land in om te kijken wat er tijdens de zomerstop in de zalen gebeurt.

‘Luister goed’, zegt Marco Hartendorf, manager techniek bij Koninklijk Theater Carré. Hij duwt de zitting van één van de pluche stoelen naar beneden en laat hem dan weer los. ‘Niets!’ glundert hij. ‘Je hoort helemaal niets.’

Dat klopt: geheel geruisloos klapt de ‘gasgeveerd gedempte’ zitting van stoel 6, rij 2 in loge 11 van het theater weer omhoog. Vroeger, legt Hartendorf uit, hoorde je élke stoel. Als bij het slotapplaus alle 1700 toeschouwers uit hun stoelen kwamen, hoorde je eerst 1700 stoelen klappen. Gingen ze weer zitten: hetzelfde verhaal.

Dat is verleden tijd: deze zomer werd het volledige stoelenplan van het prestigieuze theater vernieuwd. Toen op woensdagavond 3 juni de laatste bezoeker van het Holland Festival de zaal verlaten had en in de foyers de naborrel werd ingezet, werd in de zaal het startschot gegeven voor een grootschalige operatie: diezelfde nacht nog zijn alle 800 stoelen van de piste, de parterre en de loges van het theater gedemonteerd. Later volgde de rest. Ondertussen speelde de musical The Little Big Things deze zomer gewoon door.

Manager techniek Marco Hartendorf bij de gasgeveerd gedempte, geruisloos dichtklappende nieuwe Carré-stoelen.

Op zich zaten de stoelen, die stammen uit 2004, nog prima, zegt Hartendorf, maar ze kwamen niet meer door de keuring van de brandweer. Dat bleek toen er bij de tweejaarlijkse inspectie eentje in de fik werd gezet: de met schuim gevulde, geïmpregneerde stoelen vatten geen vlam, maar smeulen wel. De brandweer oordeelde dat de rookontwikkeling in geval van brand dermate heftig zou zijn, dat bezoekers op de bovenste rijen misschien niet tijdig het gebouw konden verlaten.

Tijd voor 1700 nieuwe exemplaren dus. Maar hoe bepaal je welk model je kiest? Het is wel Carré, benadrukt Hartendorf nog maar eens: ‘Dat wil je niet verkloten.’

Het theater heeft twaalf bedrijven aangeschreven, waaronder zelfs een leverancier voor vliegtuigstoelen. Daar kwamen acht organisaties uit die interesse in de opdracht hadden. Omdat de stoelen per se deze zomer gemonteerd moesten worden, vielen er nog eens drie af. Uiteindelijk hebben ze drie partijen gevraagd een pitch te doen, toen bleven er twee kanshebbers over. Hartendorf: ‘Daar hebben we tegen gezegd: maak maar een teststoel.’

Afgelopen zomer werden de 1700 nieuwe stoelen in het theater geplaatst.

Uiteindelijk viel de keuze op het gerenommeerde Spaanse bedrijf Figueras Seating, dat niet terugdeinst voor grote orders: ze plaatsten onder meer ruim zestigduizend stoelen in het stadion van FC Barcelona. Figueuras maakte meerdere modellen die in de repetitieruimte werden neergezet, kriskras door elkaar en tussen andere stoelen. Daar werden ze veelvuldig getest. Uiteindelijk bleek: de zitting van de ene stoel en de rugleuning van de ander, was de perfecte stoel. De nieuwe Carréstoel was geboren.

Althans, de ‘moederstoel’, zegt Hartendorf. Op de balkons komen afgeleiden daarvan, met een hogere rugleuning, en ook de stoelen in de piste en de parterre zijn net een tikje anders, een aantal daarvan kan – afhankelijk van of een voorstelling in de piste of op het podium speelt – gedraaid worden.

De oude stoel uit 2004 naast de gloednieuwe Carré-stoel.

Toen diende zich het volgende vraagstuk aan: welke kleur moest de bekleding worden? Hartendorf: ‘Rood natuurlijk, maar rood is niet rood. We wilden geen Pathé-rood, geen DeLaMar-rood, we wilden Carré-rood.’ Het werd een warme, dieprode stof.

De zittingen werden mooi rondgetrokken, er kwamen houten armleuningen en natuurlijk een speciaal ontworpen, magnetisch stoelnummertje. Handig als je een andere zaalbezetting hanteert, wat in het theater geregeld gebeurt. Extra bijvangst: in het nieuwe ontwerp zijn meer rolstoelvriendelijke zitplaatsen, niet alleen meer beneden in de zaal maar ook in de loges.

De zittingen werden mooi rondgetrokken, er kwamen houten armleuningen en natuurlijk een speciaal ontworpen, magnetisch stoelnummertje.

Wat kost zo’n Carré-stoel eigenlijk? ‘Ongeveer 800 euro per stuk, inclusief productiekosten. En dat dus 1700 keer, reken maar uit. We konden dit mede doen dankzij een Amsterdams vermogensfonds, dat via het Carré Fonds een bijdrage heeft gedaan.’

Tussen 4 en 20 juni, tussen het Holland Festival en The Big Little Things, moesten een kleine 400 stoelen vervangen worden. Op de première van The Big Little Thing zat een uitverkocht Carré op een combinatie van oude en nieuwe stoelen, maar daarna werden alleen de nieuwe stoelen in de verkoop gedaan. Elke week groeide de capaciteit van de voorstelling dus, en veranderde dus ook de akoestiek van de zaal. Hartendorf: ‘Niet heel prettig voor de geluidstechnicus.’

Elke week groeide de capaciteit van het theater, en veranderde dus ook de akoestiek van de zaal.

Nadat The Big Little Things op zondagavond 16 augustus is uitgespeeld, konden ook de 400 nieuwe, verrijdbare stoelen in de piste worden neergezet. Omdat de vloer eerst opnieuw geschuurd en gelakt moet worden, is daar welgeteld één dag de tijd voor: vanaf 29 augustus staat Sting op het podium met The Last Ship.

Hartendorf is blij als het erop zit, zegt hij half augustus, in de laatste speelweek van The Big Little Things. ‘Het was wel een flinke uitdaging. Maar,’ hij klopt een paar keer op de nieuwe houten armleuning van de Carré-stoel, ‘eigenlijk is er niets misgegaan.’

De nieuwe tribune van Carré vanaf het balkon gezien.

De nieuwe tribune van Carré vanaf het podium gezien.

Foto’s: Nathan Reinds en Samuel van Leeuwen (portret Marco Hartendorf)