Tijdens de zomermaanden houden veel theaters de deuren gesloten, maar ondertussen wordt er niet stilgezeten. Van nieuwe trekkenwanden en verduurzamingen tot de jaarlijkse grote schoonmaak: veel theaters benutten de afwezigheid van artiesten en publiek volop. Theaterkrant trekt tussen hittegolven door het land in om te kijken wat er tijdens de zomerstop in de zalen gebeurt.

Wie deze zomer de 250-tons-telescoopkraan op de Nieuwe Markt in Kampen en de streng-maar-rechtvaardige bouwopzichter bij de artiesteningang van de Stadsgehoorzaal passeert – en dat lukt alleen met veiligheidsschoenen en bouwhelm – en door een stoffige gang de grote zaal inloopt, kan de scheuren in de muren van de toneeltoren zien zitten. Vroeger, legt projectmanager Henk Sips uit, stond er tijdens voorstellingen ‘één grote kerel aan de touwen te trekken’, om handmatig decors van een kilootje of honderd omhoog te hijsen of te laten zakken.

Sinds 2004 werkt het theater met automatische trekkenwanden met dubbele remmen: als die door de technici in de zaal tot stilstand worden gebracht komt er een enorme kracht te staan op de constructie.

‘Als jij met flinke snelheid op je fiets zit en je knijpt beide remmen in, dan lig je een paar meter verderop. Die krachten drukken hier in veel grotere mate iedere keer op het gebouw, en niet alleen van één trekkenwandroede, maar tegenwoordig van meerdere tegelijkertijd. Daar is die constructie uit 1974 nooit voor ontworpen.’

De scheuren kwamen afgelopen herfst aan het licht tijdens wat Sips de ‘nationale kierenjacht’ noemt: om warmteverlies te beperken worden alle gaten en kieren van het theatergebouw voorzien van een isolerende ‘thermische jas’. Sinds de scheurvorming ontdekt werd, moesten grote voorstellingen hun decors deels op de vloer laten staan of het gewicht anders verdelen.

Op het dak van het gebouw wordt gewerkt aan de nieuwe toneeltoren.

Directeur Jelle Wouda: ‘Het was duidelijk dat we hier snel mee aan de slag moesten. Als gezelschappen jaren op rij hun decors moeten aanpassen om hier te spelen, besluiten ze op een gegeven moment Kampen over te slaan.’ En dus wordt er deze zomer, in de bestaande toneeltoren, een enorme stalen constructie geplaatst, die de druk op het pand wegneemt (kosten: 1,5 tot 2 miljoen euro).

Een ongeplande bijkomstigheid voor een theater dat al midden in een andere grootschalige verbouwing zat: er worden ingrijpende verduurzamingen doorgevoerd, tribunes worden vervangen, het theater gaat van het gas af en het plein voor het gebouw wordt heringericht. Ook wordt er een inpandige verbinding met de buurgebouwen, waaronder de kerk uit 1227, gerealiseerd. Andere tegenvallers: de fundering moet worden aangepakt (circa 182.000 euro) en er moest asbest gesaneerd worden (circa 140.000 euro).

Het theater in Kampen stamt uit 1890, en huisvestte vroeger onder meer een ziekenhuis en een oude school. De kleedkamers zijn voormalige klaslokaaltjes, compleet met bankjes en inktpotten; in het oude strafhok staat nu een luxe massagestoel. In de grote zaal passen 470 bezoekers, en in de vlakkevloerzaal is plek voor 120 toeschouwers. Een flink deel van de programmering is lokaal georiënteerd: op voorstellingsdagen staat het voor het gebouw vol met fietsen.

Maar op dit moment is al het meubilair en een deel van de tribune van de grote zaal afgedekt met plastic. Het intieme vestzaktheater doet ondertussen dienst als opslagruimte en bouwvakkers bivakkeren in de artiestenfoyer.

Een deel van de tribune van de grote zaal is tijdens de verbouwing deze zomer met plastic afgedekt, en het podium staat vol met steigers.

De verbouwingen duren een paar jaar, maar vinden vooral plaats in de vier zomermaanden. In de resterende acht maanden is het theater gewoon geopend, en worden er 130 voorstellingen gespeeld. De afgelopen drie jaar stonden vooral in het teken van verduurzamingen. En dat was nodig, zegt Wouda. ‘We hebben eerst de buitenkant aangepakt, isolatie vervangen, speciaal glas voor monumentale panden geplaatst, alles geschilderd. Eerder dit jaar zijn ze begonnen met het slaan van de WKO-put.’

WKO, legt Sips uit, staat voor Warmte Koude Opslag: het is een enorme ondergrondse energieopslag die, kort gezegd, in de zomer warmte opslaat voor de koude wintermaanden, en in de winter kou bewaart voor hete zomers. Sips werkt voor Sifapro, een bedrijf dat is gespecialiseerd in het verduurzamen van monumentale panden, en specifiek theaters: in 2007 waren ze onder meer betrokken bij de renovatie van het Circustheater in Scheveningen, waar ook zo’n WKO-put werd geslagen. De WKO-put in Kampen ligt op tien meter afstand van de gevel van het theatergebouw. Onder de straatstenen van de Nieuwe Markt loopt een buisvoorziening zo’n 90 meter de diepte in, vanwaaruit straks warm en koud water kan worden opgepompt waarmee het theater wordt verwarmd of gekoeld.

Aangrenzend aan het theatergebouw, op de Nieuwe Markt, wordt een WKO-put geslagen.

Juist voor theaters is zo’n WKO-systeem heel geschikt, zegt Sips. ‘Dat heeft te maken met de ‘interne warmtelast’ van zo’n gebouw: elke avond komen er honderden mensen binnen, dat zijn allemaal kleine kacheltjes. Daarnaast is er veel apparatuur: van lampen tot koelingen en versterkers, die geven ook warmte af. Nu wordt die warmte vaak nog via een airco naar buiten geblazen, maar met een WKO kun je dat bewaren voor de maanden waarop je juist warmte nodig hebt. Zeker als straks de energiekosten verder stijgen, en we verwachten dat dat gaat gebeuren, kan dat op termijn een flinke besparing opleveren.’

Het idee is dat ook de aangrenzende kerk en omwonenden aan het plein straks meeprofiteren van de WKO-put, vertelt Wouda. Volgens de planning is 90 procent van de verbouwingen in de loop van 2027 gerealiseerd, en zijn een jaar later alle puntjes op de i gezet. Maar tot die tijd zijn er ook gewoon nog volop voorstellingen te zien: vanaf eind oktober is het theater weer geopend voor bezoekers, die er – naar gelang het weer – gegarandeerd warmpjes of lekker koel bij zitten.