Theaterrecensent Luuk Verpaalen is zondag op 68-jarige leeftijd in zijn woonplaats Groningen overleden. Hij schreef lange tijd met groot enthousiasme over theatervoorstellingen in Noord Nederland, onder andere voor Theaterkrant. (meer…)
Schouten wordt geboren op 8 juli 1938 in Apeldoorn en groeit daar op in een christelijk gereformeerd milieu. Na zijn dienstplicht gaat hij sociologie studeren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en zet zijn eerste journalistieke stappen in de redactie van het studentenblad Pharetra. Daarna schrijft hij over jazz- en bluesmuziek bij het tijdschrift Jazzwereld en vanaf 1966 recensies bij het Algemeen Handelsblad. Uit onvrede over een fusie met de NRC, maakt hij in 1971 de overstap naar de Haagse Post. Vanaf 1978 werkt hij een aantal jaren als freelance journalist, onder meer voor NRC Handelsblad.
In 1983 wordt Schouten redacteur bij de Volkskrant, waar hij van 1986 tot en met 1991 vrijwel uitsluitend over toneel schrijft. Zijn stijl valt op. Bij de Haagse Post maakte hij kennis met ‘new journalism’ overgewaaid uit de Verenigde Staten, wat hij zelf op zijn website omschrijft als ‘levendig, persoonlijk, iets durven met de vorm’. Zowel op het toneel als in zijn schrijven is hij op zoek naar ‘jazz’. Daarbij zijn zijn oordelen gevreesd. ‘Als toneel slecht is, moet de lezer dat ook weten.’ Sommige gezelschappen nodigen hem niet meer uit voor premières.
Zelf schrijft hij twee toneelstukken, Ermelo en Welkom in Shanghai, die in 1982 en 1983 door Toneelgroep Centrum worden opgevoerd.
In 2003 wordt Schouten door de directeur van het Nederlands-Vlaams Theaterfestival Arthur Sonnen gevraagd om als ‘curator’ – een soort eenmandsjury – het festival in 2004 samen te stellen. Hij schrijft een dagboek over zijn theaterbezoek (en andere beslommeringen), Een jaar in het duister (2004). Daarna blijft hij lange tijd voor Theatermaker (de voorganger van Theaterkrant) een theaterdagboek bijhouden.
De Nederlandse Dagbladpers gaf hem bij de uitreiking van de Prijs voor de Dagbladjournalistiek 1994 een eervolle vermelding voor zeven vraaggesprekken uit de bundel Kleur. Voor deze gesprekken kreeg hij in 1995 de Mediaprijs van de Gemeente Amsterdam.











Martin Schouten was een van de recensenten die mijn idee van theater mede vorm gaven door hun stukjes in de krant. Maar moest hij niet ophouden met schrijven, ergens eind tachtig, omdat hij een fake recensie had ingediend bij de VK? Hij was helemaal niet gegaan, een voorstelling in België meen ik mij te herinneren.
Niet echt respectvol om daar over te beginnen vlak nadat iemand overleden is.
Mijn god, wat een trieste reactie van Fransien van der Putt. Echt heel pijnlijk om dit moment en dit platform te gebruiken om te speculeren. “Meen ik mij te herinneren….”
Martin was het opperhoofd van de theaterredactie toen ik eind jaren tachtig bij de Volkskrant kwam als cabaret- en musicalrecensent. Van hem heb ik geleerd om niet bang te zijn om een harde mening te geven over een slecht werkstuk van een theatermaker die je sympathiek vindt. Een geweldige stillist.
R.I.P. Martin Schouten. Zijn theaterrecensies waren in de beginjaren van mijn theaterbestaan een belangrijke reden om de Volkskrant te lezen/kopen.
Altijd opwindend. Hij schreef ook over wat ie beleefde tijdens het kijken.
Tja , en als het over voorstellingen ging waar ikzelf deel van uitmaakte: oe, spannend!
@Fransien, ik heb het even nagevraagd, en weet nu iets meer. Schouten kon het niet vinden met Kunstchef Michael Zeeman (to put it mildly, het was niet bepaald gezellig op de kunstredactie van de Volkskrant destijds) en Schouten heeft toen om Zeeman te testen of gewoon om te jennen een neprecensie ingediend. Ik weet niet of die geplaatst is, maar het was in ieder geval genoeg voor Zeeman om Schouten weg te krijgen – maar meer dus als aanleiding dan als reden. Ik ga nog even in Delpher zoeken of er nog wat over te vinden is.
Over de respect-roepers: dit is dus precies het soort gevoeligheid waaraan Schouten zijn hele leven een broertje dood had. Ik las gisteren weer een paar pagina’s in Een jaar in het duister; echt heel goed en echt heel hard.
Hey Simon, dank! Belangrijk dat het hele verhaal nu boven tafel is. Ik snapte er destijds al niets van. Als je niet bent geweest, dan publiceer je gewoon niet. Waarom een neprecensie – het leek zo vergezocht? Gek dat Zeeman destijds buiten schot is gebleven. Het was dus eigenlijk een voorstelling op zich, deze kwestie.
Ik las Martin Schouten graag en veel. Zoals ik al schreef, hij heeft mede mijn idee over theaterkritiek gevormd (en zoveel hebben dat niet). Hij was nogal persoonlijk en impressionistisch in zijn stukken, swingend. Daar klaagden overigens dan weer veel mensen over. Het is nooit goed, wat een criticus ook doet! Martin gokte en verloor met Zeeman, maar hij werd enorm gemist daarna. Ben hem zeer dankbaar voor die indrukken en oordelen in de krant.
Achtentachtig is een mooie leeftijd, enik heb Martin al jaren niet meer gesproken, maar dit voelt toch wel als een leegte.
Martin was een fijne collega en een prima redacteur. Dit is misschien de plek om ook even aandacht te vestigen op zijn anonieme, maar zeer zichtbare bijdragen aan de Volkskrant in de vorm van de ongeëvenaarde prikkelende koppen die hij wist te verzinnen. Toen het later beleid werd om aldoor maar koppen te maken met (meestal hinderlijk gezochte) woordspelingen heb ik vaak met weemoed aan hem teruggedacht.
Zo schreef ik ooit in een recensie over de moeilijk te onthouden muziek van Elliott Carter en een zangeres die ‘zonder blikken of blozen een aantal uitzinnig hoge sopraannoten in het plafond priemt’. De kop die Martin erboven zette luidde: ‘Zelfwissende muziek van Carter en enkele gaten in het plafond’. Onvergetelijk!
Dankzij de respect-roepers is het journaille op scherp gezet en verder op onderzoek uitgegaan. Dank daarvoor. Mooie anekdote!
Heel fijn en respectvol, Sylvia. Dat je mij wegzet als respect roeper (liever dat dan boomer ;).
Wat een mooi verhaal Simon. Ik ga Een jaar in het donket ook nog eens opslaan