De maatregelen zijn eraf, de theaters en de kroegen zijn weer open en alles mag weer! Ja, ja, we weten het nu wel, maar toch is het het waard om dit nog even te benoemen – want als de opluchting en de blijdschap ergens tastbaar worden, dan is het wel op Café Theater Festival in Utrecht.

Het Utrechtse locatietheaterfestival – dat dit jaar ook pilots heeft in Rotterdam en Arnhem – kon in 2020 op het nippertje plaatsvinden, en was in 2021 zo goed als onmogelijk in haar eigen vorm. In 2022 kan er weer opgekrabbeld worden. Het festival, dat normaliter gepland staat in maart, werd dankzij de pandemie uitgesteld naar april, mei en juni. In plaats van één weekend, vindt het festival nu plaats over vier losse zaterdagen met elk zes makers in zes cafés. Gisteren vond de aftrap plaats.

Vierentwintig jonge makers worden gekoppeld aan een café in de stad en spelen daar een voorstelling van zo’n dertig minuten. De cafés blijven gewoon opereren als cafés, waardoor het publiek een mix is van theaterbezoekers, dagjesmensen en stamgasten: bewuste en toevallige toeschouwers door elkaar heen, met alle gevolgen van dien.

Veel genres zijn vertegenwoordigd, zo ook opera. In Mevrouw Dudok, de eetgelegenheid in de Stadsschouwburg Utrecht, word je meegenomen in de wereld van Goethe. In Charlotte, Kaleidoskop nemen Christian Chamoun en Elea Bekkers (pianist en zangeres) Het lijden van de jonge Werther onder de loep en hertalen het verhaal: niet Werther, maar zijn geliefde Charlotte staat centraal. In plaats van dat zij geobjectiveerd wordt, spreekt zij zich uit, en zien we het verhaal vanuit haar perspectief. Chamoun componeerde de muziek en Bekkers schreef het (Duitstalige) libretto.

Terwijl Chamoun als een rots in de branding achter zijn piano blijft, benut Bekkers de hele ruimte. Mevrouw Dudok is een rechthoekig, lang en diep café, maar Bekkers springt van de ene naar de andere tafel. Ze zingt toeschouwers direct toe, verplaatst bierglazen, vindt hier haar smartphone en daar haar vest, en betrekt op deze manier het hele café bij het fijnzinnige melodrama van Charlotte’s ups en downs.

De operazang én de Duitse taal vragen een hoge concentratie bij het volgen van het narratief, maar de beats in het verhaal zijn dankzij de heldere emoties duidelijk genoeg. De knipoogjes naar het hier en nu (‘Hey Google, wie gebe ich meine Grenzen an?’, verzucht Charlotte op een bepaald moment in haar telefoon) geven het geheel een lekkere schwung. Maar de tour de force van Charlotte, Kaleidoskop zit hem toch echt in Bekkers zangkwaliteit. Op minder dan een meter bij je vandaan knalt ze de aria’s uit haar longen. Dit is de rauwe kracht van opera teruggebracht naar de kern: stem en pianospel blazen je helemaal omver. Chamoun en Bekkers hebben geen toeters of bellen nodig om te betoveren.

Van de ene opera naar de andere. Waar Charlotte, Kaleidoskop gedijt bij de Duitse Sturm und Drang, wordt elders in de stad, in Het Muzieklokaal, een andere toonsoort uitgeprobeerd. Het Muzieklokaal aan de Bemuurde Weerd is een proeflokaal met een vleugel en een vintage-feel. Tussen de knusse tafeltjes en zithoekjes duiken drie muzikanten op (pianiste Alicia Cerrada, violiste Valentine Blangé en celliste Laurence Gaudreau), onder leiding van zangeres en speler Isabel Pronk. Dit vierkoppige ensemble speelt Her Soliloquy: A Tango Opera by the Women of Today. Pronk neemt je mee in een reeks feministische overpeinzingen. Wat betekent het om vrouw te zijn in de wereld van nu?

De vier vrouwen bewegen zich vloeiend door het café, tussen de toeschouwers door, en spelen zodoende niet alleen met lijnen van zicht, maar ook met gehoor. Pronk, met haar sierlijke jumpsuit onder haar leren jas, schakelt moeiteloos van spunky stoere vrouw naar stil klein meisje en brengt niet alleen de muziek maar ook de teksten tot leven. De teksten zijn afkomstig uit de Ulysses van schrijver James Joyce; de tangomuziek van Argentijns muzikant Astor Piazzolla. Deze combinatie is goud waard. De zwoele, kabbelende operatango sluit naadloos aan op Joyce’s meanderende teksten.

En wat een precisie-speurwerk heeft Pronk verricht met het uitpluizen van Ulysses! De lange tocht uit het boek klinkt door in deze soliloquy. Het voelt alsof we samen met deze vrouwen op reis zijn. De teksten vloeien naadloos over in zang, spel in muziek, Engels in Spaans. Ruim een half uur lang was het hele café muisstil. Ze hadden ieders aandacht. Het is geen wonder dat deze voorstelling dit jaar de publieksprijs won op CTF Rotterdam.

Eind van de middag speel je voor weekendborrelaars, begin van de avond voor stamgasten of dinergasten, maar op het eind van de avond wacht wellicht de grootste uitdaging voor een CTF-maker: de stappers. Café Hofman aan het Janskerkhof wordt op deze zaterdagavond rond een uur of tien voornamelijk bemand door clubgangers. Met haar draaiende lichten en hoge plafonds staat Hofman dan ook op het punt om in een club te veranderen. Daar trekken de mannen van Kløt (cabaretiers Ramon Chatrer en Teun Beurskens, en muzikanten Thijs Tervoort en Joost Koevoets) zich echter niets van aan. Met hun identieke donkergroene pakken steken ze goed af tegen de groengrijze achterwand van het café, alsof ze hier horen te zijn, vergroeid met het behang. Voor hun voorstelling Ruimkruipers is dat passend: Hofman is hun ondergrondse schuilkelder, waar ze wachten op een nieuwe leider, of op z’n minst op iemand die hen kan vertellen welke keuzes ze moeten maken.

De mannen zitten echter niet onopvallend in een hoekje. Met een set-up midden in het café bestaande uit twee gitaren, toetsen en een drumstel zetten ze zichzelf moeiteloos in de spotlight. Heel Hofman wordt meegenomen in hun onderlinge Lord of the Flies-achtige discussies over wie de knakworsten het laatst heeft gezien en wie het wedspelletje wint. Dit alles met een aardige dosis droge humor, afgewisseld met zeer aanstekelijke muziek. Kløt is kleinkunstkwartet en Nederlandstalige poprockband ineen. Met slechts een paar attributen, lekker veel bravoure, en heldere spelkeuzes scheppen ze zo een hele wereld – en dit zonder de toewijding van het café te verliezen. Ze zetten een aantal toeschouwers in als participanten, maar ook zonder die goedgevonden ingreep houden ze hun publiek bij de les.

De sfeer van CTF is weer als vanouds: racen om op tijd in het volgende café te zijn, hutjemutje op elkaar kijken naar een performer, de ouderwetse gezonde zenuwen, de zin. Makers en de cafégangers ontvangen elkaar met open armen. De maker kan eindelijk weer meters maken en spelen – en de caféganger mag eindelijk weer iets onverwachts meemaken op een avondje uit. De kracht van het Café Theater Festival zat hem altijd al in de rake ontmoetingen tussen alle verschillende aanwezigen; iedereen wordt door middel van een lage drempel in elkaars personal space gebracht en met elkaar geconfronteerd. Maar zeker dit jaar, na alle welbekende ellende, is deze kracht voelbaar geworden. Eindelijk mag het allemaal weer, en eindelijk mogen we elkaar weer ontmoeten.

Foto: Wytze de Vries


Lees ook het andere verslag van de openingsdag van het Café Theater Festival in Utrecht.