Casting director Hans Kemna: ‘Mijn beroep bestond in Nederland niet’


30 januari 2017

‘Ik wilde aan het toneel nadat ik de Rotterdamse Schouwburg Hans Croiset had gezien in Een bruid in de morgen van Hugo Claus’, zei casting director Hans Kemna gistermiddag in de Amsterdamse Stadsschouwburg bij de derde aflevering van Een leven lang theater. Choreograaf Hans van Manen en regisseur en acteur Hans Croiset gingen hem voor. Het idee van de Stadsschouwburg om met behulp van beeld en vooral oral history het Nederlandse theaterverleden onder de aandacht te brengen, heeft een wervende kracht: de belangstelling was buitengemeen groot en gastheer Hein Janssen, theaterredacteur van de Volkskrant, loodste Kemna ruim twee uur lang op elegante manier door een rijk, enerverend en spannend theaterverleden. ‘De reeks is bedoeld om voorstellingen te herbeleven en herinneringen met elkaar te delen’, aldus Janssen, ‘en daardoor het theaterverleden levend en levendig te houden’.

Hans Kemna is genereus: hij kent vele tientallen namen, zo niet honderden. Hij werd op 3 maart 1940 in Rotterdam geboren en behoorde bij de jongeren die wat rondhingen op de Lijnbaan, de ‘Lijnbaanjeugd’. Daar hield de artistieke scène zich op. Maar Amsterdam lokte, vooral dankzij de foto’s van Johan van der Keuken. Het toneel speelde in het gezin van Kemna een kleine maar beslissende rol: zijn vader, die werkzaam was aan het Fins consulaat, was voorzitter van een toneelvereniging en zijn moeder ging vaak naar toneel. Kemna ontwikkelde zich tot een uitstekend schermer en hij en Rutger Hauer oefenden na de toneelschool verder met schermen. Dat was een van de redenen dat Kemna en Hauer uiteindelijk samen in de televisieserie Floris (1969) terechtkwamen, geregisseerd door Paul Verhoeven. Door dit contact ontwikkelde Kemna zich geleidelijk tot casting-persoonlijkheid, een beroep dat in het Nederlandse theater niet bestond: ‘Vaak is het de vriendin van een regisseur of iemand van de dramaturgie, maar een serieuze bemoeienis voor het beroep van casten was er niet. Dat heeft me bevreemd, in Engeland en Amerika bestaat het wel’, aldus Kemna.

Op de vraag van Janssen hoe het casten in zijn werk gaat, antwoordde Kemna: ‘Ik begon ermee foto’s van acteurs en actrices te verzamelen, ik knipte die uit kranten en tijdschriften, en ordende die in kaartenbakken. Ik bewaarde ook van alle voorstellingen het programma. Bovendien ben ik wezenlijk geïnteresseerd in toneel en in toneelspelers. Dat is van het allergrootste belang. Ik zag veel toneel, ook samen met mijn vriend, de regisseur Adrian Brine. Ik speelde weliswaar in die begintijd ook veel toneel, maar had teveel energie. Ik richtte me steeds meer op het casten tot ik in 1980 Kemna Casting oprichtte.’

Kemna was van begin af aan betrokken bij Toneelgroep Amsterdam om in samenwerking met Gerardjan Rijnders en later Ivo van Hove de tableau de la troupe op te richten. Janssen plaatste enkele kritische kanttekeningen bij de ‘almacht’ van Kemna Casting. ‘Ik ben niet de enige op het bureau’, aldus Kemna. ‘Er zijn meer uitstekende casting-medewerkers op het kantoor werkzaam.’ De integriteit van een casting director heeft Kemna hoog in het vaandel staan, en daarmee pareerde hij de persoonlijke vragen van Janssen: ‘Het is werk, daarin mag je nooit concessies doen.’ Janssen: ‘Ook al omringt u zich weleens met mooie jonge mensen.’ Kemna: ‘Als het te dichtbij komt, dan zeg ik: stuur morgenochtend maar een mail of bel me op.’

Het enthousiasme over het theater straalde van Kemna af. De fragmenten van Ballet van Gerardjan Rijnders, de eerste regisseur die in Nederland het montagetheater introduceerde, voorzag Kemna van prachtig commentaar. Hier spreekt iemand met hart over theater, en ook vanuit het hart van het theater. Op de mooiste momenten liet Kemna je meekijken achter de schermen, bijvoorbeeld toen hij besloot Joop Doderer de rol te laten spelen van oude man in Rijkemanshuis van O’Neill bij het Zuidelijk Toneel in de eminente regie van Ivo van Hove: ‘Gelukkig was Ivo, afkomstig uit Vlaanderen, niet besmet met het Swiebertje-syndroom van veel Nederlandse regisseurs. Daarom kon ik Joop Doderer aan hem voorstellen.’ Waarom Kemna voor Doderer koos en hoe hij zich Doderer in deze rol voorstelde, daar werd helaas geen antwoord op gegeven. Ook Maatschappij Discordia kreeg een hommage in het videofragment Over de kunst: Het Nederlande toneel met gezelschappen als ’t Barre Land, Dood Paard en de Theatertroep is schatplichting aan Discordia’, aldus Kemna.

Na het overlijden van Adrian Brine (1936-2016) werd Kemna geconfronteerd met de vergankelijkheid, iets waarover hij voorheen niet veel nadacht. We kregen een indrukwekkende Brine als de blinde Tiresias te zien, opgenomen in de ‘koude marmeren gang’ van hun huis in Amsterdam. Tot slot was daar een fragment te zien van De dingen die voorbijgaan naar de roman van Couperus in de regie van Ivo van Hove. Hoewel de opname van de Ruhrtriennalle niet optimaal was, jammer, maakte het grote indruk, niet in de laatste plaats door de song ‘Wild Is The Wind’ van Nina Simone dat ijl op de achtergrond klonk. De volgende editie van Een leven lang theater is op zondag 9 april met Petra Laseur als gast.

Reageer

Uw E-mail adres zal niet gepubliceerd worden.