In zijn woonplaats Amsterdam is op 14 december Jan Zoet overleden. Zoet was directeur op diverse plekken in het theaterveld: Theatergroep Hollandia, De Rotterdamse Schouwburg, de Academie voor Theater en Dans in Amsterdam en de laatste jaren van Amare in Den Haag. Hij was een bevlogen pleitbezorger van de kunst die het belang van kunstenaars voorop stelde. (meer…)
Componist en performer Jimi Zoet vormt met Thomas Dudkiewicz en Marijn Alexander de Jong het collectief Urland. Hun voorstellingen vallen onder meer op door hun uitgesproken geluidswerelden. Stemmen bewegen door de ruimte, speakers zitten verstopt in het decor en er klinkt gelaagde elektronische muziek. Zoet, de ‘Geräuschmacher’ van het collectief, werkt op het snijvlak van techniek, theater en compositie.

Screenshot van het Ableton Live-bestand van de voorstelling Sexodus
Enorme opslag
‘Eigenlijk ontstaan de meeste ideeën in de repetitieruimte’, antwoordt Zoet op de vraag hoe hij zijn muziekcomposities maakt. ‘Ik neem zelden een volledig uitgewerkte compositie mee van thuis. De belangrijkste dingen ontstaan doordat ik zie wat er op de vloer gebeurt. Het is eigenlijk net zoiets als aantekeningen maken.’
Dat maakt zijn aanpak fundamenteel anders dan een traditionele componist die muziek schrijft en aan de makers overdraagt. Zoet werkt eerder als verzamelaar. ‘Ik gooi eigenlijk nooit iets weg. Ik heb een enorme opslag aan geluiden, schetsen en oude projecten. Soms herinner ik me jaren later ineens een geluid waarvan ik denk: wacht eens even, dat is precies wat we nu nodig hebben.’
Zijn belangrijkste instrument is het programma Ableton Live. Daarin bouwt hij zijn composities op vanuit verschillende soorten materiaal. Dat kan van een synthesizer komen, maar het kunnen net zo goed stemmen, vogelgeluiden, de wind of opgenomen omgevingsgeluiden zijn. ‘Vaak begin ik met samples die thematisch iets met de voorstelling te maken hebben. Ik werk nu met dj en producer Alberta Balsam aan Four Seasons, een voorstelling over klimaatverandering waarvoor we Vivaldi’s Vier Seizoenen bewerken. Daarvoor start ik met stormgeluiden en de uitdaging is dan om van al die samples weer instrumenten te maken.’
Om dat te doen, gebruikt hij technieken als granulaire synthese. ‘Je pakt een heel klein stukje uit een groter geluidsbestand en laat dat zich herhalen en overlappen. Daardoor ontstaat opnieuw een toon. Uiteindelijk kan een sample een compleet instrument worden. Je kunt zelfs een drumpartij maken van vogelgeluiden.’
Zijn fascinatie voor geluid begon al voordat hij naar de Toneelacademie ging. Samen met zijn jeugdvriend Tomas Loos, die betrokken is bij veel Urland-producties, maakte hij als tiener elektronische muziek op de laptop. ‘Toen ik begon, werkte ik met het programma Reason. Dat was eigenlijk een virtuele kast met synthesizers, het zag er precies zo uit, met gekleurde knoppen en schuiven. Je kon zelfs de kabels digitaal ompluggen. Later ben ik overgestapt op Ableton.’
Veel kennis heeft hij zichzelf aangeleerd. ‘Tomas Loos heeft audiodesign gestudeerd, maar ik ben autodidact. Geluid is in principe een golf. Een synthesizer maakt die na via een oscillator, en wij horen dat als een toon. Die toon kun je veranderen door filters te gebruiken en envelopes – dat is hoe de toon verloopt van de aanzet tot aan het wegsterven. Uiteindelijk zijn alle geluiden gewoon trillingen. Als je die goed manipuleert, kun je van alles iets anders maken.’
‘Na een tijdje heb ik dan tientallen clips en sporen voor een voorstelling. De volgorde ligt nog niet vast. Maar met die veelheid ga ik live meespelen met wat er in de repetitieruimte gebeurt. Zo onderzoek ik wat werkt, en dat is voor mij het leukste gedeelte. Het lijkt een beetje op beeldhouwen. Je maakt eerst veel te veel. Veel meer lagen dan je nodig hebt. Daarna ga je luisteren: wat gebeurt er als ik dit weghaal? Mis ik het eigenlijk? En dan haal je weer iets weg. Zo zoek je naar de essentie.’

Screenshot van het Ableton Live-bestand van de voorstelling Sexodus
Het bouwen van een geluidsruimte
In Urlandproducties als Formerly Known As en Urlaub leek het geluid soms letterlijk door de zaal te bewegen. ‘Dat komt voor een groot deel door mijn samenwerking met Tomas Loos’, zegt Zoet. Samen bouwen ze een geluidsruimte.
De taakverdeling is duidelijk. ‘Ik houd me meer bezig met muziek, dramaturgie en artistieke richting. Tomas is technisch veel sterker. Hij ontwikkelt de systemen waarmee we geluid door de ruimte kunnen laten reizen.’
Voor Formerly Known As werkten ze met een netwerk van speakers en een trackingsysteem dat oorspronkelijk bedoeld was voor logistieke toepassingen. ‘Wij performers droegen sensoren op onze schouders, en daardoor konden zowel het licht als het geluid onze positie live volgen.’
De AI-stemmen uit de voorstelling bewogen daardoor mee met de spelers. ‘De software weet waar iemand zich bevindt op de vloer. Wanneer een sample wordt afgespeeld, rekent het systeem automatisch uit welke speaker het geluid moet komen.’
Loos gebruikt daarvoor onder meer Max for Live. ‘Daarmee kun je zelf gereedschappen bouwen binnen Ableton. Tomas heeft patches gemaakt waarmee geluiden over een hele speakerkaart kunnen bewegen. Met één beweging over het scherm van een iPad kan een klank van speaker naar speaker reizen.’
Maar techniek is nooit een doel op zich, het gaat hem uiteindelijk om de ervaring van het publiek. Hij houdt van het ambachtelijke puzzelwerk dat daarachter schuilgaat.
Bij de voorstelling Sexodus van Naomi Velissariou en Theater Utrecht werkte Zoet nauw samen met geluidstechnicus Bart Coenen. Licht, video en geluid waren gekoppeld via QLab software, terwijl de klankwerelden zelf in Ableton draaiden. De voorstelling bestaat uiteindelijk uit honderden cues. Ik mag meekijken in het Ableton-bestand van de voorstelling.
Zoet laat het applausmoment horen vlak voordat Velissariou het dankwoord gaat uitspreken van een actrice die een award ontvangt. Dat bestaat uit meerdere lagen: opgenomen publieksgeluid, filters, reverbs, stemfragmenten en langzaam opbouwende muziek.
‘De details kosten soms veel tijd’, vertelt hij terwijl hij de afzonderlijke componenten uit het fragment laat horen. ‘Applaus is bijvoorbeeld verrassend lastig. Zodra je een sample daarvan gaat vertragen of loopen, verandert het al snel in een soort ruis.’ Hij beweegt een virtuele schuif op zijn laptopscherm en ik hoor wat er gebeurt. Alsof het leven uit het geluid weg trekt.
‘Ik vond dit publieksgeluid ook te mannelijk klinken’, zegt Zoet terwijl hij een andere component laat horen. ‘Toen zijn we gaan zoeken naar samples waarin je duidelijk vrouwen hoort.’ Het zijn dat soort microbeslissingen die uiteindelijk bepalen hoe een scène aanvoelt.
Op zoek naar imperfectie
Vroeger werkte hij soms te ver vooruit. ‘Ik heb weleens een hele nacht aan muziek gewerkt voor een choreografie. Ik was er ontzettend trots op. Toen kreeg ik te horen dat het eigenlijk de helft korter moest.’
Tegenwoordig probeert hij zich minder vast te bijten in vroege versies. ‘Ik maak liever iets dat de richting aangeeft dan iets dat al helemaal dichtgetimmerd is. Het proces blijft wel kwetsbaar. Je laat iets horen waarvan je zelf denkt dat het werkt, zonder te weten of anderen dat ook voelen.’
Veel van zijn werk bestaat uit luisteren en opnieuw luisteren. Daarbij speelt intuïtie minstens zo’n grote rol als techniek. ‘Elektronische muziek kan heel snel mathematisch worden, een computer is uiteindelijk een rekenmachine. En juist daarom zoek ik naar imperfectie. Muziek die swingt, zit vaak nét niet op de tel. Andersom geldt ook: een perfecte stem is meestal doodsaai. De kleine afwijkingen maken muziek menselijk. Onze foutjes, dat is waar het gevoel zit.’
Of een compositie uiteindelijk af is, merkt hij meestal dan ook niet aan de techniek, maar aan de emotie. ‘Dan hoor ik ineens: als ik dit weghaal, verdwijnt er iets. Uiteindelijk ben ik steeds op zoek naar de vraag: zit het gevoel er nog in?’
Portretfoto: Cedric Veldhuis












