De Akademie van Kunsten verwelkomt zes nieuwe leden, onder wie performer Akwasi Owusu Ansah, cabaretier Paulien Cornelisse en theatermaker Boukje Schweigman. De nieuwe leden worden op 12 maart officieel geïnstalleerd. (meer…)
In de miniserie De wereld van… laten we ontwerpers, beeldend kunstenaars en muzikanten aan het woord over hoe zij de werelden bouwen van bijzondere theatervoorstellingen. De voorstelling KLEI leverde theatermaker Boukje Schweigman en beeldend kunstenaar Zoro Feigl zowel veel frustratie als fascinatie op. ‘Klei laat zich niet dwingen, maar het laat zich wel vormen.’
Theatermaker Boukje Schweigman laat zich in haar artistieke processen graag leiden door materialen en de fysieke omstandigheden op een speelplek. Zo maakte ze gebruik van tonnen zand en de grote bladen van een windmolen in WIEK (2009), van de verschillende kleuren die aanwezig zijn in licht in Spectrum (2020-2021) en van de zwaartekracht in Kanteling (2025). De manier waarop de fysieke en materiële omgeving de performers stuurt, geeft het werk zijn filosofische lading.
Dit jaar maakte Schweigman met beeldend kunstenaar Zoro Feigl en slagwerkgroep HIIIT KLEI, een fysieke voorstelling die zich afspeelt in een grote ronde bak met een dikke laag roodbruine rivierklei. De drie performers zitten, liggen, staan, kruipen en lopen in het zuigende, zware materiaal. Het publiek ziet hoe de klei de mogelijkheden van de spelers bepaalt. Maar voordat de voorstelling vorm kreeg, was het gekozen materiaal al allesbepalend.

Foto Karin Jonkers
Een broodje klei
Feigl en Schweigman begonnen samen aan het vooronderzoek. ‘We zijn eerst maar eens gewoon begonnen met een broodje klei halen bij de knutselwinkel’, begint Feigl. ‘En kijken wat je ermee kan.’ Schweigman valt in: ‘Wat heel leuk is aan Zoro: hij kijkt echt vanuit het materiaal. We besloten de voorstelling niet al helemaal van tevoren te bedenken, maar simpelweg te gaan proberen, vanuit nieuwsgierigheid. Wat wil het materiaal ons leren of vertellen? Zo begon het. Eerst voelen. Knijpen. Kijken wat er gebeurt. Plezier.’
Feigl vertelt dat ze al snel merkten dat het groter moest. ‘Dus zijn we naar het EKWC gegaan, het Europees Keramisch Werkcentrum in Oisterwijk. Daar weten ze alles van klei.’
Schweigman: ‘Het is een fantastische plek. Wij konden daar terecht met al onze vragen: hoe maak je klei vloeibaarder? Hoe maak je hem steviger? Wat gebeurt er als je water toevoegt? Ze weten alles over keramiek, over bakken en droogprocessen.’
De twee leerden wat chamotte zijn; dat zijn heel kleine, vermalen korreltjes gebakken klei die je aan klei kunt toevoegen om het voorwerp dat je wil maken vormvast te krijgen. En elektrolyten, een elektrisch geladen vloeistof die een effect heeft op de manier waarop kleideeltjes zich ten opzichte van elkaar gedragen, waardoor de klei vloeibaar blijft. Dan krijg je iets dat gietklei heet. ‘Je denkt dat je het over klei gaat hebben’, lacht ze. ‘Maar eigenlijk heb je het meteen ook over water en lucht.’
Feigl: ‘We zijn daar begonnen om systematisch met het materiaal te werken. We hebben proeven gedaan met luchtdruk en trillingen. Het was zo leuk om de klei te laten ontploffen, door van onderaf machinaal druk te zetten. Dan gaat het van BLEP! En toen kwam al snel ook het eerste moment dat we spelers in de klei gezet hebben.’

Chocolademousse, betonmolens en vrachtwagenvering
Die toevoeging van het menselijk lichaam scherpte de zoektocht naar de juiste klei aan. Schweigman: ‘Chamotte bleek direct al niet geschikt, de korrels zijn te scherp, dat doet pijn. En de gietklei is te nat. Maar in het EKWC vonden we een machine die voor ons de perfecte structuur opleverde. Daarmee kregen we van die hele romige klei, een soort chocolademousse. Oeh, heerlijk spul.’
Feigl: ‘Uiteindelijk belandden we bij rivierklei uit de Maas, die normaal gesproken wordt gebruikt om dakpannen en bloempotten van te maken.’
Schweigman: ‘Die klei kun je heel goedkoop krijgen, maar toen kwamen de kosten van het vervoer. Klei is heel zwaar, dus dat transport is duur. En die perfecte mengmachine zou twintigduizend euro gaan kosten – onbetaalbaar voor ons. Dus we zijn gaan improviseren en uiteindelijk hebben we toch met gewone betonmolens staan mengen. Dat is fysiek zwaar werk.’
Ze wilden hun landschap tot leven brengen door het te laten bewegen zonder dat de spelers het materiaal manipuleren, alsof het uit zichzelf beweegt. Feigl: ‘Ik ben gaan kijken in de industrie, waar ze ook grote massa’s in beweging brengen, en nu gebruiken we trilmotoren uit de betonindustrie en vrachtwagenvering om de bak klei in beweging te brengen.’
Gaandeweg leek ieder opgelost dilemma weer een nieuw vraagstuk op te leveren. Schweigman: ‘We hebben zóveel klei-dingen gehad: de klei werd te hard, te droog. Moesten we er ’s nachts een zeil overheen leggen of juist niet? Dan was het weer te koud in de ruimte en dan weer te warm, en dan was het weer te dit en te dat. Er was steeds iets dat je dacht: fuck, de klei.’
‘Het hele proces moest ook werkbaar zijn voor de performers en het team eromheen. Het was tijdens de repetities heel koud, we konden twee uur repeteren in de ochtend, en twee uur in de middag, dan waren de spelers echt op. En dan met het hele team telkens maar weer alles opruimen, schoonmaken en weer klaarzetten.’
Feigl: ‘Dat moest, want als klei opdroogt, wordt het stoffig. Het stuift alle kanten op en dat is slecht voor de longen van iedereen die in die ruimte werkt, en voor alle elektronica en apparatuur.’
Artistieke keuzes
In de mengeling van fascinatie en frustratie was de klei ook van invloed op artistieke keuzes. ‘Ik heb al vaker gemerkt dat het materiaal dat je kiest, ook de werkelijkheid in je proces wordt’, vertelt Schweigman. ‘Aanvankelijk dachten we aan een schouwburgtournee. Maar door het enorme gewicht en de logistiek die de klei vroeg, kwamen we er wel achter dat dit nooit in een schouwburg zou lukken. Op locatie dus, en dat werd zoeken, tot we uitkwamen op onze ronde tribunes rondom.’
En hoe moesten we de voorstelling starten? We hebben eerst geprobeerd om de performers de bak in te laten stappen. Maar dan werd het zo verhalend. Pas toen we de spelers uit de klei tevoorschijn lieten komen, viel alles op zijn plek. Toen voelde je veel meer de geborgenheid van de klei.’
Zelfs de muziek is ontstaan vanuit hetzelfde uitgangspunt. Geluidskunstenaar Gemma Luz Bosch doet al jarenlang onderzoek naar het geluid van klei, en de instrumenten die zij inbracht maken de klei niet alleen zichtbaar, maar ook hoorbaar aanwezig. Schweigman: ‘De klei heeft een stem, dat fascineerde mij.’
‘Klei is een materiaal dat bepaalt welke kant je opgaat. Wat het werk uiteindelijk wordt’, zegt Feigl. Schweigman is het daarmee eens: ‘Klei laat zich niet dwingen. Maar het laat zich wel vormen. Je moet eerst mee in die traagheid, die logheid en die zwaarte. En dan kan je samenspelen. Bij het EKWC zagen we al dat je geduld moet hebben met klei.’
Feigl: ‘Dat was in hun werkprocessen heel zichtbaar. Alles gaat in een heel rustig tempo. De ervaring heeft de mensen daar geleerd dat haast geen zin heeft.’
Vruchtbaar en hoopvol
En naast alle geploeter bleef het plezier. Kleien is zintuiglijk, aards, en dynamisch. ‘Het is speels, een soort van vies lekker’, zegt Schweigman met een grote glimlach.
Voor haar heeft klei ook iets hoopvols. ‘Er zit zoveel vruchtbaarheid in verborgen. Wanneer uitgedroogde klei opnieuw met water in aanraking komt, zegt mij dat iets over herstel en levenskracht. Leg een uitgedroogde homp in water en dan hoor je het: daar zit eigenlijk heel veel leven in.’
KLEI is van 6 t/m 15 augustus te zien tijdens Theaterfestival Boulevard in ’s-Hertogenbosch.













De voorstelling KLEI is zeker een aanrader! Heel fascinerend en aards, maar tegelijk ook heel onaards.