Ook theatermaker, schrijver en curator van verdiepingsprogramma Nieuwe Grond #5 Alexander Nieuwenhuis reageert op de inmiddels veelbesproken Staat van het Theater 2018, waarin Chokri Ben Chikha dreigde om zichzelf in brand te steken. (meer…)
Avontuur, brutaliteit en ontregeling zijn in het theater zeldzaam geworden, stelt Caspar Nieuwenhuis, directeur van HKU Theater. Bij een bijeenkomst van de vlakkevloertheaters in Theater Kikker riep hij de sector op om overtollige regels van zich af te schudden. ‘Mach schau!’
In de zomer van 1960 vertrokken The Beatles naar Hamburg. Ze waren nog onbekend. En onbemind. Hun nieuwe baas, clubeigenaar Bruno Koschmider, zag ze optreden en vergeleek ze met zombies. Stijf. In zichzelf gekeerd. Saai. Tot hij het niet meer kon verdragen en schreeuwde: ‘Mach schau!’ Dat kun je op verschillende manieren vertalen. Laat jezelf zien! Of: geef een show! Of: doe iets! Na die uitbarsting ging het snel beter. De Beatles gooiden hun heupen en haren los. En de rest is geschiedenis.
In hetzelfde jaar dat de Beatles show maakten in Hamburg, werd Kees van Iersel artistiek leider van Toneelgroep Studio. Hij maakte van een saai spreidingsgezelschapje een avantgardistisch voorportaal. Hij introduceerde de absurdisten. Hij vond locatietheater uit. Hij cultiveerde het eerste vlakkevloertheater De Brakke Grond. Volgens Loek Zonneveld was het publiek in de Nes destijds nieuwsgierig op zoek naar avontuur, brutaliteit, nieuwlichterij en ontregeling.
En daar wil ik het graag met jullie over hebben. Ontregeling. Volgens de Dikke van Dale is het een verstoring van de normale gang van zaken. Mijn vraag aan jullie is: waar, wanneer en door wie gebeurt dat nog? In de 20ste eeuw kon een voorstelling weleens leiden tot een vechtpartij of publieke rel. Tegenwoordig zijn disruptieve acties vooral buiten het theater te vinden. Op het asfalt van de A2. Op de trappen van het Capitool. Aan tafel bij Vandaag Inside. Wat is er gebeurd met theatermakers dat ze niet meer in staat zijn om de publieke orde te ontregelen? Hoe komt het dat het voorhoedetheater zo grijs, in zichzelf gekeerd en saai geworden is?
Ik denk dat het te maken heeft met regels. Te veel regels. Door goedbedoelende beleidsmakers ingevoerd om ongewenste situaties te voorkomen. Door de kunstensector gretig geabsorbeerd ter maatschappelijke en morele legitimatie. Maatregelenbeleid. Op iedere uitwas een nieuwe maatregel. Ter voorkoming van artistiek navelstaren, vriendjespolitiek, machtsmisbruik, co2-uitstoot en onderbetaling zijn er allerlei criteria en codes geïmplementeerd. In de beoordelingsprocedures werken deze door als guillotine. Als je ze niet keurig volgt, beland je onder de zaaglijn. Een harde grens. Normatief. En uiteindelijk verstikkend. Of zoals stedenbouwkundige Jane Jacobs het stelt: Er is een ontwerpkwaliteit die gemener is dan ronduit lelijke wanorde en dat is de suggestie van orde.
Begrijp me niet verkeerd. Ik ben niet voor plucheplakken. Ik ben ook voor het moderniseren van leiderschapsstijlen bij artistiek leidinggevenden. Ik vind ook dat theatermakers duurzamer moeten leren produceren en ja, ze zouden volgens cao betaald moeten worden. Maar de oplossing is niet: meer codes, richtlijnen en strengere controles. Hoge interactieve dynamiek verdwijnt daardoor. Kinderen, badwater, weg. Gevolg: makers en publiek oefenen niet meer in onverwachte situaties, dialoog voeren en kritische reflectie. Als iedereen binnen de grenzen blijft, oefent niemand in wederzijds-afstemmen. De rek van het democratische bindweefsel is er dan snel uit. Iets waarvan wij dagelijks op het nieuws de gevolgen zien.
Als ontregeling vandaag de dag in het theater zeldzaam is, hoe zit dat dan met de toekomst? Wetende dat het gros van de toekomstige theaterwerkers van onze academies komt, is er reden voor zorg. Er is veel aan het veranderen in het theatervakonderwijs, maar één probleem hebben wij nog niet kunnen tackelen: ontregeling loont vooralsnog niet. Regels zijn alomtegenwoordig en oefenen ongemerkt een stempel op de artistieke ontwikkeling van onze studenten.
Ik neem jullie even mee in de humuslaag van mijn werk. Binnen het hoger onderwijs dient het zogeheten OER (onderwijs examenreglement) als grondwet. Daarin staan afspraken met studenten over de studieprogramma’s, de toets- en beoordelingsstructuur, de kwaliteitscriteria, de protocollen en procedures die deze kwaliteit borgen en bewaken. Ieder jaar moeten wij opnieuw een reeks documenten opleveren die hieruit voortkomen. Een bloemlezing: studiepuntentabellen, competentiematrixen, voortgangsregelingen, examinatorenlijsten, moduleomschrijvingen, OER-variabelen, toetsplan en lesplannen. En dan heeft er nog geen minuut aan onderwijs plaatsgevonden.
De randvoorwaarden zijn zorgvuldig ingeregeld. Voor improvisatie is niet of nauwelijks tijd en ruimte. Komt een student bij ons met een briljant buitencategorie studieplan, dan is mijn antwoord vaker dan mij lief is: nee, helaas, dat kunnen we niet faciliteren. Creativiteit blijft binnen de kwaliteitskaders. Ontregeling loont niet. Eenmaal op stage komen studenten in een werkveld met evenzoveel regeldruk, codes en kwaliteitscriteria. Een zelfbevestigend systeem. Dat is reden voor zorg.
Kafka? Jazeker. Is chaos dan wenselijk? Nee. Er zijn zelfs stemmen die zeggen dat chaos niets anders is dan onontdekte orde. Dat brengt mij op een ander, effectiever alternatief. Je kunt ontregeling ontwerpen. Ik wil graag ter inspiratie een voorbeeld laten zien. Shibuya Crossing. Drukste kruispunt van de wereld. Elke 90 seconden steken er zo’n 2500 mensen over. Qua ritme strak gekaderd door stoplichten. Er liggen wel zebrapaden, maar die geven slechts een richting aan. Ze faciliteren de ontmoeting met vreemden, de afstemming en coöperatie. Wat mij opviel na de twaalfde keer dat ik was overgestoken, was het aantal keer dat iemand tegen mij aanbotste. Namelijk nul keer. Als zo’n complexe situatie door afstemming en coöperatie veilig blijft, waarom kunnen wij dat dan niet?
Hoe ontwerp je ontregeling? Je kunt veel inspiratie putten uit stedenbouwkundige principes. Als je van plan bent om je programmering te herontwerpen, of een landelijk cultuurbestel, of een geheel nieuw curriculum, begin dan met een stedenbouwkundige vraag. Bijvoorbeeld: Stel dat de school een stad is, wat hebben de bewoners en bezoekers van de toekomst dan nodig? Of: stel dat het cultuurbestel een plein is, hoe richten we deze dan in om haar open, interactief en dynamisch te maken? Ga vervolgens te rade bij het werk van Jane Jacobs, Richard Sennett en de Nederlandse planologen Aldo van Eyck en Hans Monderman.
Deze laatste is extra interessant. Hij is de bedenker van de zogenaamde shared spaces. Het begint bij de vraag: hoe pak je verkeersveiligheid aan? In de loop der jaren zag hij de effectiviteit van verkeersborden, stoplichten en verkeersdrempels verminderen, met name door overdadig en generiek gebruik. Zijn logica is ontnuchterend: ‘We moeten afleren dat een dorp begint bij een blauw bord met witte letters en omdat dat nog niet genoeg helpt bij een bord met de tekst: “denk aan onze kinderen”. Alsof je daar niet op hoeft te letten als dat bord er niet staat. Met elkaar leven we in dat land van Bordje, een ongebreidelde ordeningsdrift waar de burger een schijnzekerheid aan ontleent: liever ongelukken met duidelijkheid dan veiligheid met onzekerheid.’
Het komt erop neer dat we meer regelrust en vertrouwen nodig hebben. Om daar te komen is het nodig om vaker te oefenen in wederzijds afstemmen. In zijn boek Stadsleven vat Richard Sennett dit ontwerpprincipe simpel samen: laat ze dagelijks gezamenlijk iets doen. Minder regels zorgt voor meer samenwerking. In het ontwerpen van ontregeling is de coöperatieve oefening essentieel.
Tenslotte mijn beginvraag voor vandaag: hoe kunnen jullie, directeuren van de vlakkevloertheaters, het theater van de toekomst laten ontregelen alsof het een dynamisch verkeersplein is? Hoe ontwerp je de coöperatieve oefening? Ik doe wat voorstellen:
1. Organiseer onverwachte ontmoetingen voor makers en publiek.
2. Ga de samenwerking aan met andere kunstdisciplines (mode, design, games), professionele domeinen (zorg, huisvesting, sport) en cultuurmakers uit andere landen.
3. Open bijvoorbeeld de deuren voor kleine technologiebedrijven en publieke verenigingen.
Kortom. Maak van je theater een poly-functionele plek waar ontmoeting en coöperatie centraal staan. Faciliteer de wederzijdse afstemming en openbare dialoog, tussen theatermakers, publiek, maatschappelijke organisaties en ondernemers. Ook als deze initiatieven niet direct leiden tot het behalen van prestatienormen. Ook als ze kwaliteitscriteria en codes tarten. Het levert namelijk iets anders op: democratische vermogens worden getraind en het theater legitimeert zichzelf. Het ontsluit kennis en middelen om theatermakers te laten werken met de nieuwste technologie. Het zet aan tot lokaal én internationaal samenwerken.
Kortom, mijn pleidooi voor vandaag: schud de overtollige regels van je af en faciliteer de confrontatie met vreemde talen, subculturen, wereldbeelden en financieringsmodellen. Laat makers en publiek dagelijks gezamenlijk iets doen. Het zorgt voor avontuur, brutaliteit, nieuwlichterij en ontregeling.
Terug naar Bruno Koschmider. Mach schau!, schreeuwde hij wanhopig. En de Beatles gooiden ineens hun heupen en haren los. Kunnen wij dat ook? Of beter, zullen wij dat ook gaan doen? Wij, academies, vlakkevloertheaters, samen met vooropleidingen, productiehuizen, werkplaatsen en festivals. Wij hebben dat in ons dna zitten. Het zit er nog. Maar dan moeten we ons wel durven laten zien. Soms als Pietje Bell, soms als Tom Poes. Soms met een beter idee dan de zoveelste staatssecretaris of fondsdirecteur. Soms is het verstoren van de normale gang van zaken een verstoring van onze eigen automatismen. Dan moeten wij zelf ook ontwennen, afkicken, de heupen en haren losgooien. Voor vandaag zou ik jullie willen meegeven: leg alles wat vanzelfsprekend is op de snijtafel. En als je daarna een formule hebt gevonden voor de toekomst van de vlakkevloer, laat het dan zien. Maak er een show van. Doe iets. Doe iets gezamenlijks. Schrijf geschiedenis.
Foto: Casper Koster












Mooi artikel!
Hoe waar…
Bravo.
En prachtig:… ‘liever ongelukken met duidelijkheid dan veiligheid met onzekerheid.’
Laten we kiezen voor onveilig en anders.
Ook nu weer moet het theater voor de troepen uit.
Het voordeel van deze slechte tijd is dat het inspireert.
Dus breek de bekken open.
Goed van intentie. Zeker. Maar Pietje Bell en Tompoes? Niet de meest sprekende voorbeelden, vrees ik.
Kom op er wordt volop kritisch en baanbrekend theater gemaakt…
Mooi stuk, krijg er wel zin van. Maar Caspar, als je je al helemaal over de toekomst zorgen maakt, en – zoals je zelf schetst – het gros van de toekomstige theaterwerkers van jullie academies komt. Welk pleidooi heb je voor al die opleidingsdirecteuren?