Cabaretière en schrijfster Paulien Cornelisse is woensdag op 50-jarige leeftijd overleden. Ze stierf in het bijzijn van haar geliefden in het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis in Amsterdam. Bij Cornelisse werd in 2024 kanker vastgesteld.

Paulien Cornelisse trok een breed en groot publiek naar de theaterzalen met haar droge humor, scherpe observatievermogen, fascinatie voor taalvernieuwing, miscommunicatie en omgangsvormen.

Ze groeide op in Amsterdam, ging naar het Barlaeus Gymnasium en studeerde aan de Universiteit van Amsterdam (psychologie), Boston en Hiroshima. Haar eerste ervaring met cabaret deed ze op bij CREA, het cultureel centrum van de UvA. Samen met Irene van der Aart vormde ze cabaretduo Rots, dat in 2001 deelnam aan het Leids Cabaret Festival. Ook maakte ze een aantal jaar deel uit van Comedytrain.

Als soliste deed ze in 2007 mee aan het Leids Cabaret Festival, waar ze tweede werd, met een programma dat ze later uitbouwde tot de voorstelling Dagbraken (2008), waarmee ze in 2010 De Neerlands Hoop won voor veelbelovend cabarettalent. De jury noemde haar ’tegendraads en vernieuwend’. ‘Ze heeft een verrassend originele geest, waaruit eigenzinnige humor rond taal en bizarre vondsten ontspruiten.’ Latere theaterprogramma’s waren Hallo Aarde (2011),  Maar Ondertussen (2012, nominatie Poelifinario), Om mij moverende redenen (2017) en Aanstalten (2022). In 2024 moest ze een tour met de voorstelling Komma annuleren vanwege haar ziekte.

Naast haar solovoorstellingen had Cornelisse allerlei kleinere en grotere samenwerkingsprojecten in het theater. In de zomer van 2007 maakte ze met haar latere partner Chris Bajema de voorstelling View-o-rama, die ze opvoerden bij camping De Richel op Terschelling. ‘We hadden een minitheatertje bedacht waarin mensen door viewmasters moesten kijken en tegelijkertijd doorklikken, terwijl wij daar een verhaal bij vertelden. We speelden dat het de jaren vijftig was, en dat dit iets nieuws was, ‘uit Amerika!’ Het was ontzettend leuk te merken dat mensen eerst dachten: nou ja, we proberen het maar, en dat het vervolgens rond ging zingen en er rijen stonden.’, zo vertelde ze later.

In 2008 richtte ze met Micha Wertheim de podcast Echt Gebeurd op, waaruit ook theatermiddagen met waargebeurde verhalen voortkwamen. In 2022 schreef ze voor de Nationale Opera de tekst voor Steef de Jongs Operetta Land – ‘een fantasieland waar je even al je zorgen kan vergeten, maar ook een die vol zit met eigentijdse woordgrapjes en plaagstootjes naar de hoge cultuur van nu’, aldus onze recensent Jeroen van Wijhe.

Cornelisse was een creatieve duizendpoot, die bijvoorbeeld zelf de poster ontwierp voor haar voorstelling Hallo Aarde, waarvoor ze prompt de TheaterAfficheprijs won. Afgelopen maart werd ze geïnstalleerd als lid van de Academie van Kunsten.

Naast haar theaterwerk, was Cornelisse te zien in meerdere tv-programms’s, en schreef ze columns, onder meer jarenlang voor NRC en later de Volkskrant. In 2009 verscheen haar boek Taal is zeg maar echt mijn ding, waarvan 700.000 exemplaren zijn verkocht. Daarna volgden nog vele uitgaven, zoals opvolger En dan nog iets, het Boekenweekessay Hèhè, De verwarde cavia en De verwarde cavia – Terug op kantoor. Die laatste won vorig jaar de NS Publieksprijs.

Voor dit najaar stond haar terugkeer in het theater gepland met de voorstelling Waar was ik gebleven, die ze zou spelen in het decor van de musical Cabaret in Theater DeLaMar. Tot een week geleden verscheen haar column in de Volkskrant.‘Eigenlijk is mijn allereerste column één van mijn dierbaarste,’ zei ze vorig jaar. ‘Ik schreef daarin dat ik een bijzondere vogel dacht te zien, wat uiteindelijk de wikkel van een Marsreep bleek te zijn. Dat stukje zegt iets over hoe ik naar de wereld kijk: het gaat bij mij vaak over de zoektocht, niet om het eindpunt. ‘

Foto: Jouk Oosterhof