Festival De Keuze in Rotterdam is met ingang van seizoen 2015-2016 opgesplitst in twee edities: vijf dagen in september en vijf dagen in maart. In september vindt het festival net als voorgaande jaren plaats in de Rotterdamse Schouwburg, in maart gaat De Keuze Op Locatie met bijzondere voorstellingen Rotterdam in. Volgens programmeur Judith Blankenberg zorgt deze tweedeling voor […]
De wijze waarop meerjarige subsidieaanvragen beoordeeld worden moet anders en beter. Zo vindt adviesbureau Blueyard, dat vandaag op eigen initiatief een rapport uitbrengt met een aantal concrete verbeterpunten. Het bureau wil met name peer review losknippen van de beoordeling van professionele bedrijfsvoering. Punten dienen hooguit nog ingezet te worden als hulpmiddel en juridisering moet ingeperkt worden.
Aanleiding voor het rapport ‘Van knelpunten naar oplossingen – Herziening van de adviespraktijk cultuursubsidies’ is de groeiende kritiek op het functioneren van het huidige beoordelingssysteem. In een artikel in Theaterkrant Magazine in maart vatte Blueyard de problemen samen in zeven knelpunten, waaronder doorgeschoten juridisering, gebrek aan integrale afweging en de complexiteit van criteria en codes. Vooral maakt het bureau zich zorgen over het verminderde draagvlak voor peer review – de beoordeling van subsidieaanvragen door vakgenoten – dat erodeert door strenge toetsen op belangenverstrengeling, hoog afbreukrisico en ontschotting.
Na de subsidiebesluiten van zomer 2024 tekende ook een record aantal instellingen bezwaar aan en een deel van hen stapte zelfs naar de rechter. Vorige week werden de eerste bezwaren, van theatergroep De Warme Winkel en choreograaf Arno Schuitemaker, daar gegrond verklaard.
Knock-out
De oplossingen die Blueyard nu aandraagt leunen op vijf pijlers. De belangrijkste daarvan is om het aantal en de complexiteit van de beoordelingscriteria te verminderen. Daarvoor moet de beoordeling opgeknipt worden in twee stukken. Eérst kijken medewerkers van een fonds, ambtenaren of andere specialistische adviseurs (zoals oud-leiders) naar de professionaliteit van een aanvrager, op zakelijk en artistiek gebied. Dit zou een knock-out systeem moeten zijn: alleen als de artistieke en zakelijke plannen op een professioneel niveau kunnen worden uitgevoerd, gaat de aanvraag door naar fase 2, waar een commissie van peers (makers en programmeurs) de aanvraag inhoudelijk beoordeeld op artistieke en maatschappelijke betekenis.
Daarnaast pleit Blueyard voor het expliciet maken van de integrale afweging als noodzakelijk onderdeel van de adviespraktijk. ‘Er is altijd een bredere blik nodig dan de opstelsom van individuele adviezen, vooraf, tijdens en/of aan het slot van het beoordelingsproces’, aldus het rapport. ‘Zo kunnen ongelukken als in 2024 voorkomen worden’, verduidelijkt adviseur Henk Scholten, een van de auteurs. Hij wijst op het Fonds Cultuurparticipatie, waar in een klap bijna alle talentontwikkeling voor klassieke muziek verloren ging en op het Fonds Podiumkunsten, waar een hele generatie succesvolle midcarreers werd afgewezen. De integrale afweging zou onder meer gebruikt worden om de balans te bewaren tussen instroom en uitstroom. Besturen, zoals van fondsen of de Raad voor Cultuur, zouden de ruimte moeten krijgen om aan het eind in uitzonderlijke gevallen te corrigeren.
Juridisering
‘Subsidie aanvragen is te veel gaan lijken op een aanbesteding’, zegt Scholten. ‘De Algemene Wet Bestuursrecht biedt voldoende ruimte om de juridisering terug te dringen en te stoppen met vaste mallen waarin alle aanvragen moeten passen’. Puntensystemen moeten alleen nog worden ingezet als hulpmiddel, niet als einduitkomst. Subsidieaanvragers zouden op hun beurt meer vrijheid moeten krijgen om hun eigen inhoudelijke plan te schrijven, waarin ze aangeven wat zij zelf belangrijk vinden en misschien zelfs door wie ze beoordeeld willen worden. Dat plan gaat niet alleen over de toekomst, maar bevat ook een zelfevaluatie over hun praktijk van de afgelopen periode. Daarbij moet voorkomen worden dat ze bij ieder loket (Rijkscultuurfondsen, provincies en gemeenten) andere aanvragen moeten indienen.
Mede vanwege de balans tussen instroom en uitstroom, wil Blueyard ook gescheiden speelvelden (en daarmee ook beoordelingsrichtlijnen) introduceren voor nieuwkomers en gevestigde instellingen. ‘Niet alles hoeft door dezelfde hoepel. Verschillende typen instellingen en/of instellingen in verschillende fasen van hun ontwikkeling vragen om verschillende aanpakken. Niet alleen in hoogte of duur van de subsidie (bijv. 2, 4 of 8 jaar), maar ook in de wijze van beoordeling.’ Een kleine nieuwe instelling heeft bijvoorbeeld baat bij een lichte toets of een begeleide instroom (zoals een pitch- of intakefase), terwijl een al langer gesubsidieerde organisatie met een structurele functie een diepgravende beoordeling of mogelijk een visitatie verdient.
Blueyard merkt ook op dat vernieuwing nu vooral wordt vertaald in het binnenhalen (en honoreren) van nieuwe aanvragers. Dit gaat ten koste van bestaande instellingen en leidt tot kapitaalvernietiging. Meer speelvelden kunnen helpen om herhaling te voorkomen.
Lees het hele advies: Van knelpunten naar oplossingen (pdf)
Illustratie: Herman van Bostelen







