Scènes uit een rouwproces

DeClaus Theatertekstkritiek: 'Gesprek met de regen' van Stijn Devillé

31 oktober 2018

Gesprek met de regen van Stijn Devillé is een persoonlijk en intimistisch stuk. Dat is des te opmerkelijker omdat de Vlaamse theatermaker zich tot nog toe in zijn toneelteksten steeds met een expliciete maatschappelijke thematiek engageerde.

Zo schetste hij in Groupe Diane (2016) twee generaties linkse extremisten en behandelde hij het morele dilemma van het gewelddadig politiek activisme. Discussies over ethiek en esthetiek stonden centraal in Leni & Susan (2014), een fictieve ontmoeting tussen Leni Riefensthal, Duitse regisseuse en maakster van de nazi-propagandafilm Triumph des Willens, en de joods Amerikaanse activiste en essayiste Susan Sontag. Zijn trilogie – Hebzucht (2012), Angst (2013) en Hoop (2015) – was een dramatische anatomie van onze samenleving na de recente financiële en economische crisis. Hitler is dood (2009) ten slotte focuste op de processen van Nürnberg na de Tweede Wereldoorlog en op de spanningen tussen een aantal protagonisten. In al die stukken plaatste de schrijver zijn personages in een geladen politieke en ideologische context waarin hun denken en doen moreel werd bevraagd en op de proef gesteld.

In Gesprek met de regen doet Stijn Devillé net het tegenovergestelde. Hij haalt letterlijk alle maatschappelijke en politieke context weg en plaatst twee mensen in een hen vreemde omgeving, alleen met hun verdriet na de dood van hun puberdochter Hanna. Adam is een schrijver die er niet meer in slaagt iets op papier te zetten: ‘alles wat ik ken/ is op slag/ ongeldig/ geworden/ alles wat ik tot hiertoe/ heb geschreven/ is futiel’. Nikki is een specialiste in nanotechnologie die een job in Singapore aangeboden krijgt: ‘nee adam/ ik had dit nooit/ nooit/ we hadden/ je had me/ het is te vroeg/ het is veel te vroeg’.

Is hun vertrek een nieuw begin of een vlucht uit een huis vol pijnlijke herinneringen? Het stuk opent wanneer het koppel het nieuwe appartement in een onbekende wereld betreedt, midden in het moessonseizoen met zijn dagelijkse regens en tropische temperaturen. Omdat hun meubels ergens onderweg zijn zoekgeraakt, zijn de kamers nog volledig leeg, op een matras na. Net voldoende om opnieuw te beginnen. Maar hoe doe je dat?

Het rouwproces van Gesprek met de regen voltrekt zich in negentien scènes van ongelijke lengte. Elke scène is voorzien van een titel die nu eens het belangrijkste thema of voorwerp van de scène aanduidt (‘doosje’, ‘big bang’), dan weer de essentie ervan in abstracte begrippen poogt vatten (‘stilstand & vooruitgang’ en ‘denken en tegendenken’) en soms een ironisch-speels commentaar lijkt te geven, maar uiteindelijk toch de tristesse van de situatie benadrukt (‘huppakee’).

De toevoeging van titels is ongewoon voor Devillé. In alle andere hoger vermelde stukken gebeurt de indeling van de tekst louter door middel van cijfers. Titels van scènes zijn niet aanwezig in een enscenering, tenzij geprojecteerd, maar ze bepalen wel het perspectief waarmee een scène gelezen wordt. Ze lijken in geval te staan voor de houdingen om met het verlies om te gaan. Nikki stort zich op het concrete, op haar nieuwe job. We horen haar uitgebreid in het Engels telefoneren met haar Aziatische collega’s. ‘Het zijn volle dagen’, zegt ze. Het is vaak in die banale opmerkingen dat het verlies het scherpst voelbaar wordt. Adam krijgt geen woord meer op papier, maar verliest zich wel in imaginaire gesprekken met zijn dode dochter.

De ironisch-speelse en toch trieste toon ten slotte verwijst naar Hanna zelf, die ondanks haar dood toch aanwezig blijft. De surrealistische ondertitel van het stuk suggereert dat reeds: ‘een toneelstuk voor een man, een vrouw en een regenprinter’. De regenprinter is een toestel dat tijdens de voorstelling niet alleen regen op het toneel genereert maar in die regen ook woorden doet oplichten. Woorden van Hanna. Al op het einde van de eerste scène verschijnt in de regen, haast onleesbaar, haar bericht: ‘Ik ben hier.’

Er zijn antropologisch veel argumenten voor de hypothese dat het theater zich ontwikkeld heeft uit het begrafenisritueel. Het is geen toeval dat er in de geschiedenis van het theater veel ‘spoken’ opduiken, doden die uit het graf opstaan en zich richten tot de levenden. De geest van Hamlets vermoorde vader is ongetwijfeld de bekendste ervan. Ook in Gesprek met de regen blijft de dode dochter niet in haar graf. Hoe zou ze ook? Ze is nog maar zes maanden dood: ‘het is niet/ omdat ik dood ben/ dat ik niet meer besta’, zal ze aan het einde van het stuk tegen haar vader zeggen. Ze lijkt vooral het rouwproces van haar vader te willen verstoren. Of wil hij dat vooral zelf?

Het verwerken van de dood van hun dochter heeft zijn weerslag op de intieme relatie van de ouders. Op hun verbale communicatie en op hun fysiek contact. Dit laatste is er sinds de fatale dag niet meer geweest en het eerste gebeurt tastend en zoekend. De neventekst suggereert meer dan eens handelingen zonder woorden: ‘(misschien zie we eerst/ hoe ze (= Nikki – ej) zich klaarmaakt/ het is erg vroeg)’ lezen we als aanwijzing bij de tweede scène en op het einde van de vierde scène staat er ‘(daarna opnieuw ochtendrituelen)’ Toch is ook dit stuk, net zoals de andere stukken van Devillé, een praatstuk. De dialogen gebeuren in korte zinnen, met veel nevenschikking en een eenvoudige syntaxis, die ritmisch gecoupeerd in lange kolommen afgedrukt staan.

Terwijl de gesprekken tussen het koppel nu eens nietszeggend, de pijn onderdrukkend, dan weer moeizaam en geïrriteerd verlopen (‘godverdomme adam/ het gaat niet/ ik kan hier niet weg/ bel me straks’), tussen Nikki en haar collega’s zakelijk en in het Engels (‘for today/ I’ll be needing the numbers rightaway/ I’m having lunch with/ the samsung president’), tussen Adam en zijn moeder vol onbegrip (‘ik ben niet depressief/ ik ben mijn kind kwijt’), zijn de dialogen tussen vader en dochter open, speels, poëtisch. Zoals een vader zou willen dat hij met zijn dochter kan spreken. Zoals je waarschijnlijk alleen maar met een dode dochter kan spreken:

je moeder weet niet

dat ik tegen je spreek

mijn lief

al hebben we wellicht

dezelfde dromen

waarin je verschijnt

zo helder

zo concreet

je zien

je aanraken

je horen

en ruiken

je bent er dan echt

Maar ze is er natuurlijk niet echt. Ze spreekt alleen als het regent. Het is Adams overschot aan verbeelding (‘ik moet je levend schrijven/ hanna/ ik moet je levend schrijven’). Niki daarentegen kan zich het gezicht van haar dochter niet eens meer herinneren. Zij zwijgt haar dochter dood in de conversaties met haar collega’s. Twee even wanhopige als herkenbare manieren om met de dood van een geliefde om te gaan.

En er is nog meer herkenbaars. Beide ouders hebben de indruk dat de ander het verdriet beter verwerkt: ‘waarom geef je me dan altijd het gevoel/ dat je gelukkiger bent/ alleen/ als ik er niet ben/(…)/ jij hebt herinneringen/ jij droomt van haar/ jij praat met haar’, zegt Niki tegen haar man. Maar ook Nikki ontsnapt niet aan het ‘spook’ van haar dochter: ‘voor me liep/ een meisje/ met donker haar// plots wist ik het/ ze liep daar/ haar rugzak over de schouder/ zelfs haar stap/ ik riep haar/ maar ze hoorde me niet’.

Dat de man een schrijver is en de vrouw een wetenschapster is op zich een makkelijke en wat clichématige tegenstelling. Maar het komt er vooral op aan wat je daar als schrijver mee doet. Welke dramatische spanningen levert die tegenstelling op? Welk netwerk van beelden wordt doorheen de tekst geweven? Het wordt snel duidelijk dat Devillé hier hard aan gewerkt heeft. In zijn door verdriet verhitte verbeelding legt Adam voortdurend verbindingen tussen technologie, wetenschap en de dood van zijn dochter: ‘ik heb 26 letters nodig/ om mijn wereld vorm te geven/ zij/ twee cijfers// een – nul/ aan en uit/ één of geen/ iets of niets/ stilstand of vooruitgang/ materie en anti-materie/ leven en -/ ja’, zegt hij tegen Hanna.

Terwijl zijn vrouw zich op haar werk stort, wandelt Adam door Singapore en ziet daar onder andere supertrees, enorme metalen zuilen waarlangs verticale tuinen groeien die tegelijk waterbekkens en luchtfilters zijn: ‘een utopia/ voor de toekomst/ het leven/ volledig maakbaar’. Adams obsessie met leven en dood duikt overal op, ook in zijn reflecties over de uitvinding van het cijfer nul: ‘een kringetje/ dat het niets omcirkelt/ (…)/ ik loop in een cirkel om het plein heen/ ik/ ik omcirkel de leegte/ ja/ en ga naar huis’.

De gesprekken die zijn vrouw mee naar huis brengt, gaan over artificial intelligence, deep learning en robots die precies kunnen analyseren welke keuzes we maken op economisch, maatschappelijk, politiek en ethisch vlak: ‘we zouden verkiezingen/ overbodig kunnen maken/ zei hij/ letterlijk/ en beleid baseren/ op de voorkeuren/ die blijken uit het/ surfgedrag van de bevolking’, vertelt Nikki na haar ontmoeting met de toplui van samsung en google. Ook hier wordt het thema van het verdwijnen van de mens aangeraakt, zij het op een ander niveau. Dat gebeurt eveneen in de nieuwsberichten over een natuurramp die in verschillende scènes opduiken. Het verlies van Adam spiegelt zich in een algemener apocalyptisch aanvoelen. Op die manier dringt de grote wereld door in het persoonlijke verdriet. Net zoals de tranen zich vertalen in de moessonregens.

Dramatisch het meest ontroerend en geslaagd gebruikt Devillé de spanning tussen aan- en afwezigheid in het eigentijdse fenomeen van het virtuele verder leven. Technologie creëert een leven na de dood. Vriendinnetjes van Hanna laten nog steeds boodschappen na op haar facebook-pagina. En ook de vader doet dat. Soms is Hanna zelfs online, maar dat is waarschijnlijk een technische fout. Adam leest haar oude posts en blijft op die manier met haar in contact. Hij ontdekt dat tot zijn verbazing dat zijn dochter geïnteresseerd was in de big bang, de quantummechanica, de hubbletelescoop, etc. ‘zekerheden/ zijn vervangen door/ waarschijnlijkheden/ (…)/ dat is de kern/ van de quantummechanica’, zegt Hanna tegen haar vader. Laat hij haar zeggen. Het maakt haar dood iets minder fataal.

Hoewel het stuk zowel Adam als Nikki aan het woord laat, vertelt het toch vooral zijn rouwproces. Adam is immers in alle scènes aanwezig en de titel verwijst naar zijn gesprekken met Hanna. Hardnekkiger dan zijn vrouw weigert hij de onherroepelijke realiteit onder ogen te zien. De feiten achterhalen hem echter wanneer hij aan het einde van het stuk de factuur van de ambulance ontvangt. ‘Ze is dood Nikki’, zegt hij in de voorlaatste scène tegen zijn vrouw aan de telefoon. In de lange laatste scène krijgen we alle informatie over de dood van Hanna na een banale val van de trap. Het is pas in die laatste scène dat de beide ouders tot een open gesprek komen. Ze vertellen elkaar wat ze dachten en voelden toen hun dochter onderaan de trap lag en nadien met de ambulance naar het ziekenhuis werd gevoerd: angst, verwarring, wanhoop, woede.

En scherper dan alles: schaamte. Hij omdat hij een leven lang naar een drama verlangde om zijn leven kleur te geven. Zij omdat ze vooral met haar carrière bezig was en eigenlijk geen kind wilde. Nikki biecht ten slotte op dat ze het account van Hanna heeft laten kraken om te zien of er niets met haar dochter aan de hand was. De keren dat Hanna online leek, waren dus de keren dat haar moeder haar account zat uit te pluizen op zoek naar een of andere aanwijzing: ‘ik moest zeker zijn/ (…): dat ze niet iets doms had gedaan/ (…)/ er was niks/ (…)/ ze was gewoon// een meisje van 14’. Voor Adam blijft haar dood onaanvaardbaar ‘regen/ ik heb de regen nodig nu’. Met die (onmogelijke) vlucht in de verbeelding eindigt het stuk.

In tegenstelling tot de politiek of de ideologie verstomt de rouw de taal en maakt het spreken krachteloos. Het verdriet en het gemis slaan de fundamenten onder de woorden weg. En ook onder de communicatie tussen de levenden. Toch heeft Stijn Devillé in Gesprek met de regen voor de taal gekozen. Het probeert een van de zwaarste menselijke ervaringen – de dood van een kind – in dialogen te vatten. Met het ‘spook’ van de dode dochter ‘redt’ hij het spreken: de imaginaire dialogen met Hanna geven Adam de mogelijkheid om, in ieder geval voor zichzelf, een nieuwe realiteit te construeren, een soort van tussenwereld waarin zijn dochter toch niet helemaal dood is. In haar woorden in de regen en haar boodschappen op facebook blijft ze in de eerste plaats voor haar vader bestaan. De fatale leegte onder die woorden voelbaar te maken wordt de grote uitdaging van een enscenering.

Lees hier onze recensie van de opvoering van Gesprek met de regen door Het nieuwstedelijk.