Wat is vrijheid? Voor de moeder en zoon in de toneeltekst Kapotte vleugels van Shabnam Baqhiri betekent vrijheid iets heel anders: voor hem is dat vertrekken, voor haar blijven. Terwijl de laatste (nagenoeg lege) Nederlandse evacuatievluchten uit Afghanistan vertrekken, toetsen ze in een doorwaakte nacht hun dromen en idealen aan elkaar. Beiden zijn definitief aangetast door oorlog, door angst en desillusie. Hun pijn is onderdeel van hun identiteit geworden.

De tekst is onderdeel van het toneeltekstendrieluik De affaires, geïnitieerd door Likeminds: drie jonge toneelschrijvers reflecteren daarin in nieuw geschreven werk op institutioneel racisme, alle drie aan de hand van gebeurtenissen uit de recente actualiteit. Naast Baqhiri, die haar tekst baseerde op de evacuatiemissie uit Afghanistan in 2021, liet Vera Morina zich voor De grijze campagne inspireren door het strafontslag van Saadia Ait-Taleb bij de Gemeente Amsterdam en verdiepte Maxine Palit de Jongh zich in de Toeslagenaffaire. Het resulteerde in drie uiteenlopende teksten die inmiddels bij Uitgeverij it&fb gezamenlijk zijn gebundeld.

Kapotte vleugels speelt zich af in Afghanistan, tijdens de Nederlandse evacuatiepogingen sinds de machtsovername van de Taliban. Baqhiri schreef een indringende eenakter waarin ze haar personages met een mengeling van woede en mededogen op hun eigen situatie laat reflecteren. Mahboube en haar zoon Jawid proberen elkaar (en zichzelf) te begrijpen, maar het is moeilijk om de ander en jezelf onder ogen te komen als oorlog je heeft getekend, blijkt. De personages zijn liefdevol en hard naar elkaar, vaak tegelijkertijd, omdat een oorlogssituatie daar om vraagt. Beiden willen de ander meenemen in hun perspectief van vrijheid, tegelijkertijd is er een groot trauma van een afwezige vader/echtgenoot dat hun denken beïnvloedt.

Die ingrediënten leveren boeiende denkstof op in een sober en verstild ingestoken drama. Interessant en veelzeggend voor Baqhiri’s inlevingsvermogen, is dat ook de verweesde Talibanstrijder, die zich met zijn lot probeert te verzoenen, een stem krijgt in het stuk, in flarden monologen waarmee de dialoog tussen moeder en zoon wordt versneden. Uiteindelijk vallen de drie stemmen samen in een ijzingwekkende, uitgesponnen confrontatie.

Waar Baqhiri’s tekst zich gedurende een enkele avond afspeelt, kozen Palit de Jongh en Morina beiden voor teksten waarin ze grote tijdsprongen maken. In Vecht zien we hoe een sterke jonge moeder, levenslustig en liefdevol, langzaam ten onder gaat aan stress, angst en verdriet, als de blauwe enveloppen met ‘aanmaning’ erop in haar leven interfereren. Palit de Jongh goot haar tekst voornamelijk in een monoloog van Zafirah, gericht aan haar dochter Nisrine.

We zien hoe categorisch het plezier uit hun levens wordt gesneden, en ontgoocheling en pijn ervoor in de plaats komen. Ze toont hoe die pijn en angst fysiek worden, hoe Zafirah, door stress bevangen, uitvalt tegen haar kinderen, waardoor een verwijdering in gang wordt gezet nog voordat haar kinderen daadwerkelijk uit huis worden geplaatst. Uiteindelijk noemt haar dochter – volwassen of daar tegenaan – haar geen mama meer maar bij haar voornaam, en verandert ze haar achternaam.

Doordat de tekst vaak letterlijk aan de dochter gericht is, wordt het stuk als geheel een ontroerende hartenkreet met een prangende noodzaak: ze wil haar dochter inzicht bieden in hoe zij als moeder dit drama heeft ervaren, om zo, met terugwerkende kracht, om begrip, inzicht of vergeving te vragen. Het besef dat het motorisch moment van deze jarenlange verwijdering een oneerlijke, externe factor was, is zonder meer hartverscheurend.

Moeder en dochter worden door dezelfde actrice gespeeld, geeft de auteur aan het begin van het stuk mee, waardoor je als lezer/kijker met een interessant dubbel gevoel achterblijft waar je zelf een interpretatie op mag formuleren: zullen Zafirahs woorden haar dochter nooit bereiken, omdat ze nooit tegelijk op de speelvloer zullen staan? Of zit deze hartenkreet van de moeder, uiteindelijk juist helemaal in het wezen van de dochter vervlochten?

Mijn stem is moe
Mama kan jou horen
Mama kan jou horen
Mama kan jou horen
Mama kan jou horen
Hoor je die van mij?

Palit de Jongh schrijft trefzeker, met een mengeling van poëtisch en alledaags taalgebruik en afwisselend bloemrijk en kaalgeslagen. Ze lardeerde haar tekst met kleine details die het stuk tot leven wekken. In de laatste scène komt de dochter aan het woord, die genadeloos toont hoe de angst die zich in mensen vastklauwt wordt overgedragen, van moeder, naar kind, naar kind. Zou dat ooit stoppen?

Het ambitieuze De grijze campagne van Vera Morina toont ook hoe de effecten van institutioneel racisme mensen definitief verandert, afbreekt. Haar scenario, dat ze baseerde op de gebeurtenissen rondom het disciplinair ontslag in 2017 van voormalig antiradicaliseringsambtenaar Saadia Ait-Taleb, springt voortdurend heen en weer tussen tijd en locatie, en onderscheidt zich van de twee andere werken bovendien door het hier en daar satirische karakter ervan (met name aan de talkshowtafel van actualiteitenrubriek Het heelal staat stil).

Tegelijkertijd is er ook een veelzeggende overeenkomst: net als in Vecht zien we in De grijze campagne een aanvankelijk jonge, levenslustige en sterke vrouw die gaandeweg langzaam op steeds meer vlakken moet inleveren. In dit geval is dat het ambitieuze personage Safia, dat zich ontworsteld aan het vmbo-t-schooladvies van vroeger en een baan bij de gemeente Amsterdam binnensleepte, afdeling Deradicalisering: het gevoel van ingeloste gerechtigheid overheerst, ouders zijn trots. Het duurt niet lang.

Morina schakelt als gezegd volop in tijd en ruimte in een stuk dat een grote tijdspanne beslaat. Ze smeedt die overgangen slim met taal of beeldrijm aan elkaar (zoals een telefoon die afgaat in 2017 en in 2015). Morina heeft duidelijk uitgebreide research gedaan en lardeert haar tekst met referenties aan daadwerkelijke gebeurtenissen (bestaande filmpjes, gesprekken over Spinoza, etc.). Ze geeft haar (vele) personages een zeer realistisch idiolect mee. Het tempo ligt over vrijwel de gehele linie hoog en er is veel focus op de anekdote, wat maakt dat de personages lange tijd op afstand blijven.

Het derde bedrijf springt eruit omdat het realisme wordt losgelaten en er in een hallucinante sequentie allerlei dingen door elkaar heen lopen en personages soms onbeweeglijk in freeze zitten of van uiterlijk veranderen. Opvallend is de parallel met Morina’s eerdere werk Volim te, waarin ze de realistische dramaturgie ook halverwege doorbreekt met magisch-realistische scènes.

Safia wordt onder meer beschuldigd van fraude en corruptie, ze ziet haar naam in de krant gereduceerd tot initialen, voelt zich ontdaan van haar identiteit als ze naar Marokko vertrekt, het dorp waar haar ouders woonden. Uiteindelijk vindt het personage, mede dankzij haar onvoorwaardelijke ouders, de kracht om terug te vechten: dat is een prachtige ontwikkeling.

Wat is vrijheid? Voor iedereen, zo blijkt uit de drie teksten die in De affaires zijn gebundeld, is dat weliswaar anders, maar voor iedereen geldt: het recht op een toekomst. De personages die in deze stukken met institutioneel racisme worden geconfronteerd, wordt een toekomst, waar ze bewust of onbewust van droomden, waar ze in ieder geval recht op hebben, ontnomen. Dan kun je jezelf herpakken, opkrabbelen, terugvechten of vrede sluiten, maar je komt er nooit meer helemaal van terug, je wordt nooit meer dezelfde. Dat wordt pijnlijk duidelijk in deze drie schrijnende stukken over sterke mensen.

Mahboube: Waar geloof je in?
Jawid: Vrijheid.
Stilte.
Mahboube: Je zoekt in het verkeerde land.

De affaires van Maxine Palit de Jongh, Vera Morina en Shabnam Baqhiri is uitgegeven door it&fb i.s.m. Likeminds.