Freek Mariën, bekend als poëtisch jeugdtheaterauteur en -regisseur, wilde ook theater voor volwassenen maken, en heel graag een echt schurkenstuk.

De schurk had hij gevonden in Eduard Limonov (1943 – 2020), de Russische schrijver die als dissident ook een tijd in New York leefde. Die was al legendarisch tijdens zijn leven, door zijn autobiografische roman ‘Eto ja, Edicka’ (It’s Me, Eddie), die in het Nederlands vertaald werd als ‘De Russische dichter houdt van grote negers’ (omdat er een neukscène in voorkomt met een zwarte homo). Het boek dat de Franse journalist Emmanuel Carrère over deze ‘verveelde dichter/schrijver/emigrant’ in 2011 schreef, werd een culthype. Iedereen vond Limonov, volgens Carrère, ‘sexy, grappig, slim, en hij werd ieders favoriete barbaar’.

Op zijn zachtst uitgedrukt is Limonov een onconventioneel schrijver, een controversieel politiek figuur, een agitator, een activist, een vrouwenverslinder, een dichter, iemand die extreemlinks was én extreemrechts, dissident en ultranationalist, iemand die niet alleen met woorden schoot, maar ook met echte kogels. Kortom een gedroomd personage voor autobiografische schelmenromans, en voor Freek Mariën een theatraal interessant en dramatisch fascinerend personage.

Limonov stierf verleden jaar maart, maar Mariën was al sinds 2013 bezig met een theatertekst over de flamboyante figuur. In eerste instantie schreef hij een stuk van 7,5 uur (‘ik heb nog nooit zo veel geschreven’, zegt hij in een interview). De opvoering van zijn nu gepubliceerde versie zal een 2 uur behelzen. Het is een pittige en krachtige tekst geworden over de Russische charlatan die in de jaren 1960 begon als strijder met de pen, en in de theatertekst eindigt als strijder met echte wapens in de Joegoslavische oorlog van de jaren 1990 aan de zijde van Karadžic.

‘Chaos’ en gelijkaardige sfeerbepalingen komen regelmatig als regie-aanwijzingen voor. Drukte, veel mensen, onrust, wirwar, in deze sferen vertoeft het hoofdpersonage Eduard Savenko, voor de vrienden Ed, voor iedereen Limonov. Chaotisch was het leven van Limonov zeker. Ook de structuur van het theaterstuk lijkt door de vele korte scènes misschien rommelig, maar is eigenlijk glashelder. De rode draad zijn de gesprekken tussen journaliste Lotta en Limonov. Zij heeft hem gevraagd als tolk en als chauffeur om haar naar Karadžic te brengen. Al snel toont Lotta meer interesse in de figuur van Limonov en zijn leven dan in de oorlogstoestanden.

In de proloog maken Lotta en Limonov met elkaar kennis, in de epiloog krijgen we een evaluatie geschetst. Tussen hun reisscènes door, zijn er scènes uit het vroegere leven van Limonov. Alsof Limonov op de reis verhalen over zichzelf vertelt. Lotta pikt daarop in, verontwaardigd of ontsteld vraagt ze verder door, wil verduidelijkingen en geeft commentaar, naar het einde toe steeds meer en prangender.

De levensloop-scènes volgen elkaar chronologisch op, en zijn gegroepeerd in vier bedrijven met steeds als titel de naam van de vrouw rond wie het voor Limonov in die periode draaide (Anna, Jelena, Jenny en Natasja). De scènes lopen associatief in elkaar over. Een woord wordt herhaald, een zin wordt verder uitgelegd, een situatie wordt nagespeeld. Ik werd helemaal meegezogen in het verhaal (en verheug me nu al op de live-uitvoering, waarvan Freek Mariën ook de regie zal doen. Gepland voor 2023 in een productie van Arsenaal en Het Kwartier).

Het begint allemaal in Charkov, het geboortedorp van Limonov, waar hij met Zigeuner zuipt. Zigeuner raadt hem aan Charkov te verlaten:

ZIGEUNER
Gij kunt dichten!
Wat zit gij nog te zoeken
in dit Charkovs treurspel?

(Zigeuner legt zich neer bij zijn lot zigeuner te blijven)

Ik val perfect samen met mijn naam:
ik heb geen huis,
ik drink,
en iedereen wil me weg.

LIMONOV
En ge steelt.

ZIGEUNER
En ik steel.
Veel.
Maar gij.

LIMONOV
Wat ik?

ZIGEUNER
(schertsend) Limonov: de granaat en de citroen in één woord.

LIMONOV
Explosief,
gevaarlijk,
en een scherpe smaak.

ZIGEUNER
Het vruchtvlees droogt uit,
en de pin is vastgekoekt.

LIMONOV
Ik vertrek,
Zigeuner,
ik vertrek.
Dacht ge echt dat ik hier gedichten ging blijven declameren,
zodat gij de zakken van wat starende meisje leeg kunt vissen?
Charkov is te klein voor mij.

ZIGEUNER
Rusland?

LIMONOV
De stad.
Moskou.

ZIGEUNER
Ge weet niet half hoe gelukkig ge mij maakt.
Ontplof, Limonov, ontplof.
Laat de oren suizen van uw poëzie.
Blaas ze omver
met uw woorden. Doe de zure gezichten
vertrekken bij uw flitsen.
Oh!
Limonov!

En Limonov trekt naar Moskou, in de jaren 1960, komt in het boekenmilieu terecht en krijgt een relatie met boekenverkoopster/uitgeefster Anna. Ze is zijn eerste grote liefde. Het is een zelfvernietigende hartstochtelijke liefde, die aan Limonov blijft vreten en die in zijn latere relaties met vrouwen blijft nazinderen. Met Anna loopt het in het vervolg slecht af, zij belandt in een psychiatrische inrichting, vertoeft lang bij Eduards ouders en pleegt tegen het einde zelfmoord.

In Moskou ontmoet ontmoet de schrijver ook Brodski, maar moet dan al niet veel hem hebben. Hij wil niet zijn zoals Brodski. Limonov wil ook geen Sovjetschrijver zijn, wil niet als ‘een ingenieur van de ziel’ binnen de lijntjes van het regime kleuren. Ondertussen blijft in de tussenscènes Lotta vragen stellen:

LOTTA
Wat brengt je eigenlijk in Joegoslavië?

LIMONOV
Ik geloof in oorlog.

LOTTA
Wat is het nut van deze oorlog?

LIMONOV
Niet deze oorlog.
Oorlog.
Als gegeven.
Ge leert meer in een maand oorlog
dan in een heel leven in vrede.

En wat later:

LOTTA
Hoe belandt een dichter
in godsnaam
in een oorlogszone?

LIMONOV
Ik ken mijn talen.

LOTTA
Het gaat niet over jou.
Ik had het over Karadžic.
Die dicht ook.
En hij houdt het daar niet bij.

LIMONOV
Kunstenaars zijn per definitie ontevreden.
Anders zouden ze geen inspiratie hebben.
De meesten putten daar hun materiaal uit.
Karadžic pakt die ontevredenheid nu aan.

LOTTA
Dan droogt zijn inspiratie op,
volgens jouw theorie.

LIMONOV
Als alles goed loopt,
is dit zijn laatste gedicht.

LOTTA
Je slaagt erin volkerenmoord te laten klinken
als een poëtisch project.

LIMONOV
Waarom zou dat het privilege van de joden zijn?

Lotta blijft soms gewoon toeschouwster in de scènes uit het leven van Limonov, maar stelt steeds vaker vragen en geeft steeds meer commentaar. Zo uit ze haar ontsteltenis, als Limonov vertelt hoe hij zijn polsen doorsnijdt, en bekritiseert ze zijn gedrag tegen zijn geliefden. Als hij uit de psychiatrische inrichting is, besluit hij samen met het model Jelena als dissident naar New York te trekken. Brodski vangt hen daar op, en lijkt meer belangstelling voor Jelena dan voor Limonov te hebben.

Limonov en Jelena paradeerden van feest tot feest en bewegen zich in hogere, artistieke kringen. De toekomst in New York belooft.

LOTTA
En dan heb je het verkloot?

LIMONOV
Ik was eerlijk.

Dus ik schreef over hoe New York zich zo graag voorstelt
als dat walhalla voor migranten in dat land van kansen.
En dat onder die pluizige pels
een des te wreder monster schuilgaat.

Dat niemand op ons zit te wachten.
We worden als migrant in een diepe put gedumpt.
De muren zijn glad.
En er is geen ladder.
Er is geen touw om eruit te klimmen.
Maar we zijn vrij!

Limonov verkeert in een existentiële crisis in armoede, meer dan Jelena die bij rijke mensen nog aan de coke kan komen. Hij besluit om naast dichten zijn eigen leven te beschrijven. Een fictieroman schrijven, is niets voor hem. Hij kan niet schrijven zoals de andere dissidenten.

Ik ben de dissonant in het koor der dissidenten.

Ook nu speelt het personage Zigeuner een grote rol, als het geweten. Hij redt Limonov uit een delirium, moedigt hem aan om het schrijven vol te houden. Hij vraagt Limonov om hem de weg te wijzen, maar eigenlijk is het andersom. Zigeuner herinnert Limonov eraan zijn vrijheidsdrang niet op te geven, zich niet te conformeren, ten volle van het leven te genieten. Limonov geraakt aan de zelfkant van de maatschappij, als zwerver prostitueert hij zich. Een Franse uitgever ziet uiteindelijk brood, heel veel brood, in autobiografische romans van Limonov. Dat helpt hem erbovenop. Hij leert Jenny kennen, een dienstmeisje bij rijke mensen, bij wie Limonov dan als butler optreedt en zich in rijkdom waant.

In een bar hoort hij Natasja in het Russisch zingen, en spreekt haar aan.

NATASJA
Ik ben niet uit Rusland vertrokken
om hier met een of andere Rus aan te pappen
Ze lacht, loopt weg.

LIMONOV
Een of andere Rus?
Een of andere Rus?
Voor u, Natasja,
staat het grootste genie
dat Rusland ooit voortbracht.
Ik heb net een boek uit!

NATASJA
Over?

LIMONOV
(wijst naar zichzelf) Een of andere Rus.

Met Natasja trekt hij op toernee door Rusland, ontmoet zijn ouders in Charkov, verneemt het nieuws over Anna, Natasja raakt – genetisch bepaald? – aan de drank. Het is op. Hij kan niet meer schrijven. Hij gaat – als een vlucht? – naar Joegoslavië, ontmoet Karadžic, ook een dichter, nietwaar.

ZIGEUNER geeft een slotbeschouwing:

Nu zullen we ze horen.
‘Limonov’
zeggen ze.
Dat is uw naam.
‘Gij kunt nooit meer de schrijver zijn
die ge ooit waart,
in een land
dat nooit meer kan zijn
wat het ooit was,
met een vrouw die nooit meer zal worden
wat ze ook nooit was.
Het is hier een stort van gebroken dromen.

En uw boeken worden maar een voetnoot
als ge met bloed de geschiedenis wilt veranderen.’

Limonov schittert dankzij Freek Mariën in dit picaro-theater. Hij is meer schurk dan schelm, hij wekt niet empathie op, maar wel mededogen. Geen sympathie, maar wel een fascinatie. Hij en ook de andere personages blijven de hele tekst lang intrigeren.

Bij de inspiratiebronnen staan natuurlijk de boeken en dichtbundels van Limonov, de biografie van Carrère, algemene werken over politiek en interviews. Maar ook in de beeldende kunst vond Mariën inspiratie. In een interview gaf hij aan in de zwartwit-tekeningen van Moonassi figuren te herkennen die even mysterieus zijn als Limonov: ‘telkens met een gezicht waar niets van expressie op te zien is. Hij (Moonassi) laat die figuur vaak een fysiek onmogelijke beweging uitvoeren. Zoals het afpellen van je eigen gezicht of het zand opvangen dat uit je hoofd stroomt.’ (Seizoensbrochure CC De Steiger Menen)

Voor mij zijn Limonov en de andere personages eerder en vooral figuren die uit de schilderingen van outsiderkunstenaar Goran Djurović gestapt zijn. Ze zijn veel minder gepolijst en verfijnd dan die van Moonassi. Ze verkeren tegen donkere achtergronden, ze zijn mysterieus, manipulatief (als poppen aan draden), ze dragen halve maskers. Het zijn personages die niet echt willen laten zien hoe ze zijn, denken en voelen. Ze tonen als het ware toch hun falen op momenten dat ze denken dat ze niet geviseerd worden. De ene keer grotesk, de andere keer subtiel, steeds expressief. Ze zijn kleurrijk, maar ook heel diffuus en bevreemdend duister. Rauw, ruw, ‘schmutzig’ realistisch en tegelijkertijd suggestief geschilderd. In zo’n taal tekent Freek Mariën zijn personages. Indringend.

Een of andere Rus van Freek Mariën is uitgegeven door De Nieuwe Toneelbibliotheek (boekje #605).