Alle reacties

  • Van Winny op The White Album

    In reactie op Peter: hoezo, geen uitdaging? Weet je wel hoe moeilijk het is om een show als deze weg te zetten? Echt geweldig – en zeker voor herhaling vatbaar.

  • Van Olivier Keegel op Hoe kunnen we het operarepertoire naar deze tijd brengen?

    Artikel in NRC: MASTERSTUDENT KEURT ZAUBERFLÖTE AF

    NRC was toch die “kwaliteitskrant”? Moet al weer enige tijd geleden zijn. Onlangs verscheen zo’n beetje het domste artikel dat ik sinds jaren onder ogen heb gekregen, gelardeerd met een naar pedant toontje dat niet a priori in tegenspraak is met de trots vermelde kwalificatie van de schrijfster, mevrouw Peek: “masterstudent geschiedenis in Leiden”.

    Mevrouw Peek vindt, anders dan Mozart, dat de tekst van Zauberflöte niet door de beugel kan. Mevrouw vind het “jammer dat ik bij de Toverfluit elke keer mijn verstand op nul moet zetten als een lelijke (sic!) racistische of seksistische tekst die heerlijke muziek ontsiert.” Ik denk dat het verstand op nul zetten voor mevrouw geen al te grote ingreep is. Zou deze masterstudent geschiedenis in Leiden wel eens overwogen hebben om kunstwerken in historisch perspectief te bezien/beluisteren in plaats van deze te censureren conform de hysterische, betweterige waan van de dag? Of zou zij het liefst ook de wellustige (dus vrouwonvriendelijke) schilderijen van Rubens “herschilderen”? Of meteen maar op de brandstapel?

    Onze masterstudent heeft ook nog een argument bedacht. Helaas het verkeerde laatje opengetrokken: “Juist de klassieke uitvoeringspraktijk past zich voortdurend aan. Veel van onze meest geliefde componisten waren bij uitstek vernieuwers, rekten de grenzen op van wat mogelijk was.” Onze meest geliefde componisten waren bij uitstek vernieuwers. Zo zo. Nogal een statement. Niveautje “Is het mei, dan is april voorbij”. De “klassieke uitvoeringspraktijk” heeft net zoveel met het censureren van het Zauberflöte-libretto te maken als het verbod van “La Muette de Portici” met de evolutie van de fortepiano. Mevrouw heeft tijdens haar studie blijkbaar al menige klok horen luiden maar weet bijzonder weinig klepels te vinden.

    Librettist Schikaneder kon dan wel bij Mozart door de beugel, maar niet bij onze masterstudent. Pech voor Mozart. Want “nog afgezien van het racisme en seksisme is die [Schikaneder] namelijk om te huilen zo slecht.” Wij, geen masterstudent zijnde, moeten dat maar aannemen van deze mevrouw die er voor doorgeleerd heeft, maar toch dringt de vraag zich op of zij wel eens gehoord heeft van artistieke integraliteit. Libretto en partituur vormen een zogenaamde -en let nu goed op- EENHEID.

    Misschien nog niet in de opleiding aan bod gekomen.

    De gehele aan waanzin grenzende discussie is een direct gevolg van de schabouwelijke mode om opera’s te actualiseren. Ja, als je Mozart uit zijn tijd haalt, dan kloppen zijn teksten niet meer c.q. komen ze onplezierig over. De ene knettergekke misconceptie genereert de andere. Opera is een episodische kunstvorm, maar de erkenning daarvan zal vele door het hysterische tijdsgewricht gecreëerde baantjes kosten en menige deftige reputatie reduceren tot wat zij is: waterverf!

  • Van A.M.Blommestijn op Hoe kunnen we het operarepertoire naar deze tijd brengen?

    Naast de racistische en vrouwonvriendelijke teksten in de opera, zou
    ik ook willen pleiten voor aanpassing in het algemeen. Dikwijls zit ik
    tenenkrommend die teksten te lezen, terwijl bijzonder mooie en interessante muziek klinkt. Heel jammer, het is in staat om het genoegen dat ik ondervind in het beluisteren van opera te verknoeien.
    Dit euvel vind je vaak ook nog bij de grootste componisten als Verdi en Wagner. Waren dezen zo naief dat ze al die gezwollenheid goed genoeg
    voor hun muziek vonden? Shakespeare kent ook gezwollen teksten, maar hij zegt vaak zinnige dingen en geen onzin. Wagner was zijn eigen tekstdichter en het spijt me te zeggen: het gaat veelal het ulevellenniveau mijn inziens niet te boven. En Verdi werkte samen met Piave als librettist en deze achtte zijn teksten kennelijk al goed genoeg als hij veel schermde met God, noodlot en vervloekingen.
    Tegenwoordig volg ik alleen de plotlijn, hoewel die soms ook ongerijmd is, met uitzondering van fantasie- of sprookjes-opera s
    Nadeel hiervan is natuurlijk, vooral als je een bepaalde opera niet zo goed kent, dat je op gegeven moment niet meer weet waar het over
    gaat en waar de personages over zingen.
    Nogmaals, ik acht het dringend nodig die teksten vakkundig te vertalen
    naar deze tijd, wil men door een modern publiek serieus worden genomen.

  • Van Riet op Stroom

    Afgelopen zondag mocht ik genieten van de “eenvrouwsvoorstelling” van Eva; ik was (en ben nog) diep ontroerd door haar uitstraling, stem en intensiteit.
    Je bent een ☆ Eva en ik wens je een gouden toekomst waarin je veel mensen blij maakt met je aanwezigheid en je zang.
    Hartegroet,
    Riet

  • Van Timen Jan Veenstra op Radioactieve poppen en een magische papieren kantoorwereld tijdens Pop Arts Festival

    Dt het voor een recensent niet wenselijk is naar ‘work-in-progress’ te gaan om het te recenseren lijkt me vrij helder. Maar het is nogal aanmatigend om die beroepsdeformatie op het echte, betalende, publiek te plakken. Of even de wil van de makers zelf eruit te gooien en te doen alsof zij niet juist graag hun werk in wording willen tonen. Laat staan de veronderstelling dat het publiek daar geen behoefte aan heeft – als ik tussen de regels van dit verslag doorlees zie ik een drukbezochte avond voor me. Meer van dit soort vrijplaatsen in het theater, alstublieft, er zijn er veel te weinig. Hoe meer makers de kans krijgen zich te specialiseren in bijvoorbeeld poppentheater, en dat gelijk te kunnen presenteren/uittesten bij een publiek, hoe beter. Worden die makers beter van. Ook fijn voor de recensenten die dan naar uiteindelijke voorstellingen mogen.

  • Van G op Gaat het nog door?

    Hallo. ik zou graag willen weten of deze show ook op dvd verschijnt en wanneer.

  • Van Jeroen op Radioactieve poppen en een magische papieren kantoorwereld tijdens Pop Arts Festival

    Maar dat is toch een hele rare vraag Boukje? Als mensen lezen dat er een work in progress festival is en die kopen daar kaarten voor dan hebben ze daar toch juist interesse in? Ik ben iemand die dat juist fantastisch vind om naar het maakproces te kijken. Vind dit een hele rare kritiek. Da’s net als een slechte recensie schrijven over een try-out omdat er nog grappen niet werken.

    Het hele idee van een work in progress is juist dat ”als je iets doet” je het niet ”goed” hoeft te doen. Daar is een work in progress festival juist voor bedoelt. Om te proberen. De mensen die daar kaarten voor kopen die weten dat. Die vinden dat wenselijk en dus kopen ze daar kaarten voor.

    Heel raar verslag.

  • Van Nuno Blijboom op Janine Brogt: 'Laten we ons niet opsluiten achter muren van eigen makelij'

    Beste Janine,

    Het toeval wil dat op de dag dat jij je antwoord plaatste, wij onze eerste bijeenkomst sinds de Dag Dramaturgie hadden. Deze ‘wij’ is een (klein, maar uitbreidend) groepje jonge dramaturgen, deels bestaande uit studenten aan de (internationale) master Dramaturgie aan de UvA en deels uit recentelijk afgestudeerde, werkende dramaturgen. Ons plan was die dag om een meer inhoudelijke, concrete en specifieke tweede brief te formuleren. Het doel van deze eerste vragenlijst was dan ook het uitlokken van een dialoog tussen de gevestigde/werkende/ervaren dramaturg en de opkomende/studerende/onervaren dramaturg – die van gisteren en morgen, zoals wij enigszins provocerend stelden. En die, zoals jij terecht opmerkt, allemaal werken aan en binnen de dramaturgie en het theater van vandaag.

    Toegegeven, we hebben in onze brief toentertijd weinig aandacht besteed aan de dramaturgen die in de vrije scene werkzaam zijn. Toch bleek uit onze eerste samenkomst – weliswaar in uitgebreidere kring – dat daar het probleem niet ligt. Het probleem dat wij aankaarten is niet per se dat dramaturgen veelal op individuele basis werken. We denken ook niet dat er sprake is van een geslotenheid vanuit de werkende dramaturgen – we weten allemaal dat deze groep, misschien zelfs specifiek deze groep, altijd openstaat voor een goed gesprek onder een kop koffie. We ageren dan ook niet tegen de fluïde werkomstandigheden of het gebrek aan vaste contracten. De fluïditeit van ons beroep zien wij meer als voordeel dan als nadeel. Het probleem in kwestie is de gapende kloof tussen de opleiding en het werkveld.

    Een onderdeel van dit probleem is institutioneel. Hoewel dramaturgen uit verschillende hoeken komen, zijn deze veelal universitair opgeleid. Universiteiten zijn fundamenteel andere instituties dan de kunstacademies en richten zich zodoende meer op de (theater)wetenschappelijke praktijk dan op directe aansluiting op het podiumkunstenlandschap. Waar op de kunstacademies makers, spelers, technici, scenografen, choreografen, dansers en productieleiders samen een praktijk leren ontwikkelen, vallen wij daar structureel buiten – tot we van de opleidingen afkomen en samen in hetzelfde werkveld terecht komen. De dramaturg ontwikkelt zich op deze manier afzonderlijk van de rest van hun eigen generatie ‘podiumkunstenprofessionals’. Omdat het eigen is aan het beroep van de dramaturg dat men ‘onzichtbaar’ is, is het bovendien moeilijker om in dat beroepsveld een netwerk op te bouwen met de ‘oudere generatie’: de meer ervaren dramaturgen. Deze situatie gaan we niet één twee drie kunnen omgooien en het is ook de vraag of dat per se wenselijk is. We doen liever een voorstel, een tikje in de goede richting, in de hoop dat dit een reeks tikjes bewerkstelligt waardoor de positie van de jonge dramaturg in het werkveld onderwerp van dialoog blijft.

    Waar wij in onze bijeenkomst op uitkwamen was om allereerst in kaart te brengen waar alle dramaturgen zitten. Welke dramaturgen zijn waar vast in dienst? Welke werken op freelance-basis en hoppen van gezelschap naar gezelschap? In welk gebied van de podiumkunsten zijn zij werkzaam? Daarnaast ontstond het idee om een vorm van mentorschap te bedenken tussen ervaren en beginnende dramaturgen. Iemand met wie je een jaar (of twee of drie of vier) contact onderhoudt over jouw dramaturgische praktijk. Iemand waarbij je met je vakmatige vragen terecht kan. Iemand die je helpt de overgang van theorie naar praktijk te verwezenlijken.

    Bij wijze van spreken ontstaat er een poel van pakweg twintig ervaren dramaturgen die erop toezeggen dat ze bereid zijn zich een jaar (of twee of drie of vier) hierop toe te leggen. Het is een connectie die gelegd zou moeten worden vanuit vrijblijvende, toegankelijke ontmoeting en die zich dan ontwikkelt tot niet-vrijblijvend en meer structureel contact.

    Dit is een eerste voorstel aan de ervaren dramaturgen. We horen graag hoe jullie aankijken tegen deze problematiek en deze ideeën van ‘mapping the field of dramaturges’ en mentorschappen. Zoals goede dramaturgen betaamt gaan wij graag het gesprek hierover aan om de ideeën verder te bespreken en uit te werken. We zien jou en alle andere geïnteresseerde dramaturgen dan ook graag 7 mei in de Tolhuistuin. En de maand erop ook. En die daarop ook. Elke vorm van structuur helpt.

    Liefs,
    Een groep jonge dramaturgen (in spe)

  • Van Marjolein Vogels op Het einde van Something Raw

    Als programmeur van de laatste editie van Something Raw wil ik nog enkele rectificaties toevoegen. Wat laat geplaatst na dit opiniestuk maar na mijn buitenlandse reis lijkt het mij belangrijk om een goed beeld te hebben van de werkelijke situatie. Mijn toevoeging naast de andere rectificaties op dit stuk.

    Van der Putt: Tijdens de allerlaatste editie werd er geen enkele aandacht besteed aan de rol of de functie, de ontwikkeling, de betekenis, de erfenis, de toekomst, en wat dies meer zij.

    (programma SR op de website beschreven)
    Er was een 3 uur durende Something Soup Special op 17 maart, Radiomakers Arif Kornweitz en Curator Sara Giannini nodigen gasten uit het performanceveld uit om te praten over het veranderende speelveld voor de performancekunst in Amsterdam. De uitgenodigde radiogasten zijn Frederique bergoltz (IICD), Clara Ameral (artist), Jacuzzi (artist collective), Lisa Wiegel (programmeur Brakke Grond), Mark Timmer (artistiek directeur Frascati), buren (artist collective) en Anne Breure (Veem House for Performance).

    Van der Putt: Waarom geen interview met initiator Moos van den Broek, andere (oud)programmeurs, kunstenaars en critici over de internationale ontwikkelingen van de post-disciplinaire scene en hoe die er in Nederland voor staat?

    (programma SR op de website beschreven)
    Op 15 maart spreekt de jonge maker Milou van Duijnhoven met de oprichter van Something Raw, Moos van den Broek, over de toekomst van performance.

    Van der Putt: Waarom niet de noodzaak besproken van twee, drie (vier? vijf? zes?) decennia hedendaags theater, in relatie tot dans, performance, beeldende kunst, nieuwe muziek, technologie en digitale media?
    Van der Putt: Hoe komt het dat niemand verantwoordelijkheid heeft willen nemen voor zestien jaar festival, of zelfs maar de blik op de toekomst durft te richten?

    (programma SR op de website beschreven)
    Something Archived, Exposed: Deze expositie nodigt u uit om door de geschiedenis van 16 jaargangen Something Raw heen te lopen.
    En Club Fatal: Club Fatal is de clubnacht die de toekomstige performancekunstenaars uitnodigt om het einde te vieren, met highlights uit het verleden, en je mee te nemen naar het volgende niveau van de ‘performancekunst’.

  • Boukje Cnossen

    Van Boukje Cnossen op Radioactieve poppen en een magische papieren kantoorwereld tijdens Pop Arts Festival

    Dag Frank,

    Bedankt voor je reactie en fijn dat je het stuk gelezen hebt. Het klopt dat het publiek hiervan op de hoogte was, dat was inderdaad overal duidelijk vermeld. Ik schrijf ook nergens dat dat niet zo was, mij gaat het om de vraag of je zoiets moet willen tonen. Ik vind dat dat in sommige gevallen niet wenselijk is, ook al vermeld je het nog zo duidelijk. Dat is een andere kwestie dus.

    Groet,
    Boukje Cnossen

  • Van Huub op De Oresteia

    Ik had P.C. Boutens’ Oreseiavertaling ingezien, de taal die ik hoorde in het Eindhoven Parktheater was 200 maal beter te begrijpen. Bedankt, makers.

  • Van Nel op Mooi weer vandaag

    Ik vond het prachtig! Ongemakkelijk en bijzonder, schitterend gespeeld.
    De rol van Fred vond ik zó indringend!

  • Van Florian Hellwig op Janine Brogt: 'Laten we ons niet opsluiten achter muren van eigen makelij'

    Beste Janine,

    Heel fijn dat je deze reactie hebt geschreven op de ‘tien punten’ van ‘de Dramaturgen van Morgen’, en dat jij je in jouw reactie aan iedereen richt en juist geen onderscheid maakt tussen de dramaturgen. Het onderscheid dat ‘de Dramaturgen van Morgen’ willen maken voelt namelijk onnodig geforceerd aan en creëert verdeeldheid in plaats van eenheid. De dramaturgie is zoals je ook schrijft eentje van vandaag, en binnen het veld (zijn we ondanks de beperkte middelen) collega’s en geen concurrenten van elkaar. We hebben allen een vergelijkbare doelstelling, ook verschillen de methodes en visies van elkaar. Dat maakt dramaturgie juist zo spannend en dynamisch. Het is een discipline die altijd in beweging is en zich steeds weer opnieuw moet bevragen en definiëren. Dramaturgie is continu in ontwikkeling en probeert aansluiting te vinden bij de meest uiteenlopende domeinen. Dramaturgen zoeken regelmatig aansluiting bij de verschillende discoursen zoals sociale, politieke, culturele en filosofische discussies. Heel goed als wij ook ons eigen discours vormgeven, en daarbij spelen ervaring en leeftijd geen enkele rol maar is iedereen welkom. Voor mij gaat dramaturgie altijd over de verbinding met iets en iemand, met de wereld, met de ander. Over de verschillende methodes en visies kunnen we juist het gesprek voeren, discussiëren, debatteren en ervaringen uitwisselen.

    Ik was zelf nogal verbaasd over de brief van de dramaturgie-studenten en vroeg me af wat ze nu eigenlijk willen. Het ging mij te weinig om inhoud en visie. Zij waren naar mijn gevoel vooral aan het klagen. Kennelijk gingen de dramaturgie-studenten nu van de aanname uit dat de deuren dicht zijn, zonder een keer te proberen of de deuren daadwerkelijk op slot zitten of niet. Wanneer iets op slot zit, dan kunnen ze terecht ‘aan de poorten rammelen’ (en dan ben ik de eerste die met ze mee gaat rammelen). Het lijkt echter alsof ze nu zelf nog vastzitten in een bubble van aannames, en het is ook daarom fijn om het gesprek met elkaar te voeren en iedereen te horen, om elkaar beter te leren kennen en te begrijpen.

    Fijn dat je de brief van de dramaturgie-studenten zo secuur hebt beantwoord en tegelijkertijd ook de dramaturgie hebt ingebed in het huidige theaterbestel en in onze samenleving. Dat kunnen we niet vaak genoeg doen. In de brief van dramaturgen ‘in opleiding’ mis ik zowel de verbinding als ook het inhoudelijke. Waar staat dramaturgie volgens hen voor of waar zou die voor moeten staan? En wat gaat er dan volgens hen mis in de dramaturgie of überhaupt in het theaterbestel en in onze samenleving? Daar moet het gesprek over gaan, en misschien komt dat nu op gang ook mede door jouw voorstel om elkaar regelmatig te zien en te spreken. We kunnen allen van elkaar leren, jong van oud en oud van jong. Het is niet het één of het ander. Alleen volgen wij het in het neoliberaal tijdsgewricht steeds meer een krampachtige vernieuwingsdrang en een pathologisch vooruitgangsdenken, in plaats van moderne en traditie op aansprekende en respectvolle wijze met elkaar te verbinden en dingen ‘naast’ elkaar te laten bestaan. Daarnaast vergeten wij in toenemende mate dat de jongeren van de ouderen kunnen leren, en vice versa. Vroeger waren culturen gebaseerd op de raad der wijzen, dus op de ervaring van ouderen. Nu heeft het consumentisme deze ruimte ingenomen en wordt de waarde van ouderen en bewezen kwaliteit volgens mij maar al te makkelijk opzij geschoven.

    Uit mijn eigen praktijk kan ik zeggen dat ik continu aan het leren ben. Maakt niet uit van wie, van jong of van oud. Ik leer net zo veel van mijn studenten als ook van mijn collega’s (dramaturgen, docenten, theatermakers enzovoorts). De anderen (juist ook mensen buiten het vak) helpen mij continu mijn blik scherp te houden, mezelf en mijn eigen beroepspraktijk en belevingswereld te bevragen, te twijfelen en te blijven zoeken en onderzoeken. Oudere en meer ervaren dramaturgen hebben me altijd kunnen inspireren en kunnen uitdagen, en we hebben daarbij altijd het ongelijk gekoesterd. Want frictie helpt ons toch (in welke situatie dan ook) om ‘beter’ te worden, en met ‘beter’ bedoel ik vooral om perspectieven te veranderen en vanuit verschillende perspectieven naar de wereld en naar theater te kijken. Ik koester zelf het denken ‘in tegenstellingen’ wat iets totaal anders is dan het denken ‘in hokjes’. Laten we de werkelijkheid (en vooral die van hokjes) open blijven breken.

    Leeftijd zelf vind ik echter geen criterium om dramaturgen te categoriseren (en in hokjes te stoppen). Men kan wel stellen dat er een verschil is tussen ‘geïnstitutionaliseerde’ dramaturgen (die als programmeur of bureau-dramaturg werken) en ‘productie-dramaturgen’. Maar dan nog zegt deze verdeling weinig over de maatschappelijk inbedding van de dramaturg en de dramaturgie, over hun methodes en visies, over hun werkwijzen en ‘idealen’. Wat is nu het ‘ideaal’ van de dramaturgie? Ook is deze vraag onmogelijk te beantwoorden, is het wenselijk als wij dramaturgen deze vraag telkens weer opnieuw stellen en proberen deze vraag te beantwoorden, zo tijdelijk en tevergeefs dat ook mag zijn.

    Wanneer de dramaturgie-studenten een ‘revolutie’ willen, dan moeten ze niet erom vragen om door het huidige ‘systeem’ toegelaten te worden maar ook echt voor iets strijden en ‘met’ elkaar. En dan moeten ze duidelijk maken wie en wat nu hun tegenstanders of medestanders zijn, en waarom. Het lijkt alsof ‘de dramaturgen van Morgen’ hun plek niet meer willen bevechten maar de sleutel van het bureau op een dienblad willen ontvangen. Expertise en ervaringen doorgeven is voor mij iets wezenlijks anders dan het doorgeven van een sleutel, sterker nog: ik denk dat elke generatie de sleutels moet weggooien om zelf sleutels te smeden. En deze sleutels zijn voor mij niets anders dan de ‘aspecten van dramaturgie’ die – zoals jij ook schrijft – vanuit het heden steeds weer opnieuw bekeken moeten gaan worden.

    Elke opstand begint met een ‘Nee’, met de afwijzing van iets en een bepaalde situatie. Maar je hebt net zo goed een ‘Ja’ nodig om je met anderen te kunnen verbinden en iets vorm te geven, zeker op lange termijn en als men de doelstelling wil realiseren. Kortom, volgens mij weten de dramaturgie-studenten (nu) nog niet zo goed wat ze eigenlijk willen, en met wie en wat ze zich eigenlijk willen verbinden. Hun brief vind ik nogal paradoxaal. Hun punten hinken namelijk op twee poten, en ik ben dan ook benieuwd naar hun nadere toelichting. Belangrijk is dat we het gesprek niet ‘over’ elkaar maar ‘met’ elkaar voeren. Ik zie mezelf (en ons allen) niet als tegenstanders maar als (potentiële) medestanders. We are one, but not the same.

    Mooi is dat je op deze brief hebt gereageerd en naast jouw herkenbare omschrijving van dramaturgie een ‘Ja’ aanbiedt en met een concreet voorstel komt. Jouw voorstel wordt door meerderen omarmt en gedragen, mezelf incluis. Mooi ook dat er al veel reacties binnen zijn gekomen, en bijvoorbeeld enkele gezelschapsdramaturgen de studenten hebben laten weten dat ze bereikbaar zijn. Op de Dag van de Dramaturgie (tijdens festival Cement) werd dit jaar alweer over een ‘platform voor Dramaturgie’ nagedacht en gesproken, en staan nu minimaal twee grote bijeenkomsten per jaar gepland. Meerdere dramaturgen (de geïnstitutionaliseerde dramaturgen) hebben meteen ruimtes aangeboden om bij elkaar te komen. Ook hieruit blijkt de wens en de behoefte van dramaturgen om vaker bij elkaar te komen, zich uit te wisselen en om krachten te bundelen. Samen staan we sterk.

    Ik verheug me op alle kennismakingen, ontmoetingen en gesprekken.

    Hartelijke groet,
    Florian

  • Van Felix Landsman op La Superba

    Het toneelstuk La Superba is gebaseerd op een boek van Ilja Leonard Pfeiffer. Het toneelstuk gaat over een man die Genua woont en zich Leonard noemt. Leonard praat met allerlei mensen over van alles en nog wat dat allemaal niet zo boeiend is. Uiteindelijk probeert hij een relatie te krijgen met het mooiste meisje van Genua, maar die wordt uiteindelijk een hoer ofzo. Het verhaal is niet duidelijk geconstrueerd en een rode lijn in het verhaal is ook ver te zoeken. Het woord waarmee ik dit toneelstuk zou beschrijven is: raar. Ik krijg een beetje het gevoel dat de schrijver van het toneelstuk het uiteindelijk ook niet meer wist. Leonard gaat af en toe naar bed met een vrouw in zijn fantasie en trekt een afgehakt been af dat hij op straat vindt. Er werden ook best veel grappen gemaakt die mensen schenen grappig te vinden, ik niet. Het was eigenlijk gewoon 2,5 uur lang lijden. De enige interessante stukjes waren toen 2 immigrante vertelden over hun levensverhaal, omdat je toen inzicht kreeg in hoe immigrante leven. Opgesomd: het verhaal was zwak, en je wist niet of een scene echt of fantasie was.

  • Van Basia Jaworski op Der Fliegende Holländer

    Peter Franken voor Basia con fuoco:

    Reisopera brengt uitstekende Holländer

  • Van Joost op Artistieke vrijheid midden in de samenleving

    Dag Rezy

    Dank voor je bericht, leuk dat je het gelezen hebt. Ik heb Sartre gebruikt om mijn notie van artistieke vrijheid te verduidelijken, maar dat betekent niet dat ik het noodzakelijkerwijs eens ben met zijn ideeën over radicale vrijheid en verantwoordelijkheid. Maar het lijkt me heel leuk om het daar eens over te hebben. Ik zal je binnenkort wel tegenkomen op een van die borrels.

    graag tot dan!

  • Van Joost op Artistieke vrijheid midden in de samenleving

    Ha Marijn,
    Dank voor je reactie, scherp en kritisch als altijd.
    Wat me tijdens de dag dramaturgie intrigeerde was niet alleen dat artistieke vrijheid als waarde van tafel werd geveegd, maar vooral dat ik zelfs een aversie tegen de term dacht te bespeuren. Het artikel van Rezy Schumacher heeft me verduidelijkt waar die aversie vandaan komt en ook jouw reactie op mijn artikeltje, verduidelijkt en benadrukt dat sentiment nog meer. Jij ziet artistieke vrijheid als een excuus dat gebruikt wordt om je ‘niets van maatschappelijke kritiek aan te trekken’.
    Toch besluit ik om artistieke vrijheid als waarde te blijven omarmen, dat zit hem volgens mij vooral in het verschil in de manier waarop we de term begrijpen en inzetten. Wat jij als het ‘excuus’ van artistieke vrijheid noemt, zou ik eerder vrijblijvendheid of onverschilligheid noemen. Het einde van je reactie slaat wat mij betreft dan ook de spijker op zijn kop. Ik hintte er in mijn verwijzing naar Sartre inderdaad naar dat in mijn opvatting van artistieke vrijheid, die vrijheid onlosmakelijk verbonden is met verantwoordelijkheid (en bovendien, dat verantwoordelijkheid alleen bestaat als je de vrijheid hebt om die verantwoordelijkheid wel of niet te nemen -en die vrijheid is er-). Het een sluit het ander niet uit, ze hebben elkaar zelfs nodig. Ik zie artistieke vrijheid dus niet als een excuus om geen verantwoordelijkheid te nemen, maar als een uitnodiging om wél verantwoordelijkheid te nemen.
    Er is inderdaad (gelukkig) geen censuur in Nederland en ik denk dat je gelijk hebt dat kunstenaars in het huidige tijdsgewricht hier een relatief grote vrijheid genieten om te maken wat ze willen maken. In die zin denk ik dat het inderdaad overbodig is om de barricade op te gaan ter verdediging van iets dat niet per direct ernstig gevaar dreigt te lopen. Het feit dat iets niet afgepakt dreigt te worden betekent echter niet dat je het niet als waarde zou kunnen uitdragen. Het uitdragen van artistieke vrijheid als waarde geeft aan dat je deze waarde niet voor lief neemt, maar hem ‘waardeert’. Daarbij kan het erop duiden dat je je er van bewust bent dat er wel degelijk talloze contexten zijn en zijn geweest waarin die vrijheid helemaal niet zo vanzelfsprekend is en was. Je zal het met me eens zijn dat wereldwijd gezien, en ook in landen dichterbij zoals Hongarije en Turkije, (artistieke) vrijheid wel degelijk onder druk staat. Betekent het feit dat onze vrijheid niet per direct onder druk staat dat we het waarderen van die vrijheid op 5 mei maar beter achterwegen kunnen laten? Gebruiken we vrijheid als vrijbrief voor onverschilligheid en vrijblijvendheid? Als excuus om ons als schoften te gedragen? Voor mij heeft het waarderen van vrijheid daar niks mee te maken. Het waarderen van artistieke vrijheid heeft voor mij dan ook niks te maken met een excuus om je niets van maatschappijkritiek of je maatschappelijke verantwoordelijkheid aan te trekken.

    Misschien voel ik ook minder sterk dan jij de behoefte om de kunstenaar aan te vallen die ‘zich niets van maatschappelijke kritiek aantrekt’, ik geloof niet dat ik veel kunstenaars zie die zich zo onverschillig opstellen. Ik zie juist een tendens waarin kunstenaars hun kunstenaarschap steeds vaker aan wereldverbeteraarschap koppelen en daar is an sich zeker niets mis mee, dat juich ik toe zo lang er maar ook ruimte blijft om kunst te maken die de wereld niet per se probeert te verbeteren (en die ruimte is er). Ik heb nergens beweerd dat ‘collega-dramaturgen alleen maar kunst willen zien die ‘expliciet politiek of doelmatig’ is’. Ik probeerde in dit deel van mijn artikel juist de politieke kwaliteiten te benadrukken van kunst die niet expliciet politiek is en het belang dat er ruimte is om ook die kunst te maken (ook al staat die ruimte niet erg sterk onder druk).
    Wat me overigens wel opviel tijdens de dag dramaturgie, was dat het leeuwendeel van de waarden die aangedragen werden politiek van aard was. Het zoeken naar verbinding met de samenleving en werken vanuit een politiek bewustzijn juich ik van harte toe, maar kunst is ook meer dan wereldverbeteraarschap en het laten horen van gemarginaliseerde stemmen. Als enkel politieke waarden kunstenaarschap of dramaturgie zouden gaan domineren (wat niet het geval is) dan zouden we kunst volgens mij echt tekortdoen. Als politieke maatschaven de belangrijkste meriten zouden worden aan de hand waarvan we kunst gaan beschouwen en beoordelen, gaan we voorbij aan de zeggingskracht van individuele werken, hun eigen kwaliteiten en de rijkdom aan vormen en thema’s die kunst aan kan boren. Vooralsnog is dat niet aan de hand en kan het geen kwaad om het politieke bewustzijn van makers en publiek aan te blijven spreken met reflectie en maatschappijkritiek.

    Ik zou artistieke vrijheid dan ook als waarde willen blijven omarmen, naast andere politieke en esthetische waarden. Niet als excuus voor maatschappelijke onverschilligheid, maar als uitnodiging tot een maatschappelijk bewustzijn. Bij dat bewustzijn hoort wat mij betreft dat we de verworven vrijheden niet voor lief nemen, maar blijven waarderen.

    Alleen de link die je legt met nationalistische reflexen begrijp ik niet zo goed, of misschien ben ik het er gewoon niet mee eens en lees ik je opmerking als een verwijzing die vooral bedoeld is om de argumentatie te diskwalificeren door het aan een bepaald paradigma te verbinden.

    hartelijke groet, Joost

  • Van Frank Noorland op Radioactieve poppen en een magische papieren kantoorwereld tijdens Pop Arts Festival

    Hallo Boukje,
    Dank voor je verslag.
    In mijn introductie van de voorstellingen voorafgaand aan de routes heb ik expliciet aangegeven dat mensen naar nieuw, ruw en onaf werk gingen kijken. Ook de woorden ‘proeve’ en ‘work in progress’ zijn daarbij gevallen. Daarnaast is ook nog eens in alle communicatie uitingen benadrukt dat het ging om experimenteel en nieuw werk. Het publiek was dus wel degelijk op de hoogte.
    Goede groet,
    Frank Noorland
    Programmeur Pop Arts

  • Van Frank Demeulemeester op Rule of three

    Grappig. Ervaarde net het omgekeerde van Evelyne: ik “was helemaal mee” “zat er helemaal in” tot aan het einde. Het samenkomen. Het samen kwetsbaar mens zijn. Ik begreep het echt wel. En het hoefde dus niet zo herhaald. Een (pak nog 2 (:)) van de finale “tableaux vivants” volstond(en) wel. Nu was je me de laatste 10′ kwijt. Niet erg. De voorgaande 65′ waren geweldig! Dank. Frank Demeulemeester.

  • Van PvT op Mooi weer vandaag

    helemaal eens met de reactie van Irene K