Tambú, a freedom song
Het Volksoperahuis
© Jochem Jurgens
- 9 juni 2012 - Bijlmer Parktheater - Speellijst
★★★★☆

Tambú, a freedom song

Het Volksoperahuis doet het dit keer niet alleen. Op Curaçao maakte het deze voorstelling en bracht ze naar Nederland inclusief Caribische percussionisten, drie zangeressen en dansgroep Untold.

Genoeg om met z’n allen (vijftien personen) door het dak te gaan en dat gebeurt ook. Maar pas aan het eind. Vóór die tijd is er het verhaal over het onvoltooide verleden van het kolonialisme op Curaçao en dat in de beste traditie van het Volksoperahuis.

De kracht van de voorstelling is de onnavolgbare dosering van vertellen, zingen, percussie en soms zelfs stilte. Een enkel woord, een enkel gebaar, een enkele trillende snaar van een contrabas of een haastig omgedaan hoofddoekje sorteert effect. Een effect dat een ontroering, gedachte, lach of een wending in het verhaal teweegbrengt. Niemand loopt in de weg en iedereen vult elkaar naadloos aan.

Het verhaal gaat over twee halfbroers. De een, Lorenzo, gespeeld door Kees Scholten, is een marathonloper die tussen Nederland en Curaçao verzeild is geraakt en niet weet voor welk land hij moet uitkomen (‘Voor wie loop jij hard?’). De ander, Johnny Martina (Albert Schoobaarde), speelt in een museum een slavenopstand na voor toeristen.

Het volkse van het Volksoperahuis ligt in het consequent kiezen voor de lijdende maar zoekende eenling die vermalen dreigt te worden door krachten buiten hem om. In Tambú ligt het zwaartepunt bij de Antillianen die nog steeds gebukt gaan onder (neo)kolonialisme en het zoeken naar hun identiteit. Over Nederland: ‘Alles wat hier talent heeft vreten ze op. Studenten, atleten…’

Maar er is ook ruimte voor relativering. Zoals in het prachtige nummer waarin Albert Schoobaarde de rondborstige Carmen speelt, (‘De koningin van de nacht, waar heel de Campo naar smacht’). Veel meer dan een waaier heeft hij niet nodig. Veel humor en iedereen die een duit in het zakje doet.

Het verhaal loopt goed af met een opwindende zang- en danspartij, en met niemand minder dan zangeres Izaline Calister die alle twijfels over de identiteit van de bewoners van Curaçao even doet vergeten.

(foto: Jochem Jurgens)

©Theaterkrant 2014

Dit bericht was geplaatst inMuziektheater and tagged , , , . Bookmark the permalink. Plaats een reactie of laat een trackback achter:Trackback URL.

Één Reactie

  1. Geplaatst op 13 juni 2012 om 21:38 | Permalink

    Ja, idd dat evenwicht, goed gezien! Ik wil er graag nog een keer naar toe, want er valt veel meer te zien dan 1 x te behappen. Waarom blijven voorstellingen zoals deze zo kort te bezoeken???? Hulde aan schrijver, componist en alleskunner Jef H.!

Plaats een reactie

Uw e-mailadres zal nooit gepubliceerd of gedeeld worden. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*
*

U kunt de volgende HTML tags en attributen gebruiken: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

  • Elders

    NRC Handelsblad
    ★★★★☆
    'De sfeer van de voorstelling is treffender dan het verhaal, dat verteld wordt via een aaneenschakeling van korte scènes, afgewisseld met muziek. Soms zou je willen dat die scènes verder uitgediept waren en dat andere facetten van de personages zouden worden belicht. De relatie tussen Curaçao en Nederland, het slavernijverleden en het kolonialisme komen allemaal langs; een sterke rode lijn die al die thema’s bijeenbindt had de voorstelling goed gedaan. Door het snelle schakelen dreigde het verhaal te verbrokkelen, hoewel het schitterend culmineerde in het slotlied van Izaline Calister. Zij zong een tambú zoals weinigen dat in Nederland kunnen.' John Leerdam